Een jonge postrijder moet een rijke veehandelaar vervoeren. Vlak voordat hij in het bos veekoper Zwaan berooft en vermoordt, roept deze uit dat de zon het aan het licht zal brengen. De moord wordt niet opgehelderd en de postrijder gaat elders een…
Donkere man krijgt nadat hij zijn middelvinger er af heeft gesneden een vinger van een blanke man. Als hij zich later vasthoudt aan de railing in de tram vraagt een vrouw die hem aanziet voor schoorsteenveger, of hij tussen de middag thuis is…
In de tram naar Dokkum zat een Wierumer, de rest van de mensen waren Dokkumers. Toen de tram bij Dokkum was, zei iemand: "Daar zijn we weer, mensen." De Wierumer zei: "Ho. Ik ben alleen maar een mens, jullie zijn Dokkumers."
Een man was zo sterk dat hij in zijn eentje een stuk tramrails kon dragen, wat de anderen met vijf man deden. Toen de uitvoerder dit zag, werd hij zo bang van de man, dat hij hem ontslagen heeft. Hij was te bang om ruzie te krijgen.
Een jongen was dol op zijn hond Nero. Maar op een avond was hij doodsbang voor het dier. Hij liep met zijn staart tussen zijn benen, en de jongen liet hem niet in het huis. De volgende dag vonden ze het dier dood op de trambaan liggen. De hond heeft…
Haar dagboek: een uitgebreide klaagzang van een vrouw die denkt dat haar vriend niet meer van haar houdt en een ander heeft.
Zijn dagboek: "Klotedag op kantoor. Moe. Toch nog geneukt."
Er waren eens drie hele sterke broers. Toen er eens een koe voor de tram kwam, raakte de tram uit de rails. Met z'n drieen hebben de broers toen de locomotief weer teruggezet.