Een man kwam terug van het werk bij de boer, toen hij werd tegengehouden door een plaagbeest. Het was net een grote hond. Van een andere man kreeg hij toen een stuk roggebrood. Dit gaf hij aan het dier, en toen kon hij verder.
Een man werd op een avond eens achtervolgd door een plaagbeest. Het was een grote, zwarte hond, zo groot als een kalf en met gloeiende ogen zo groot als theeschoteltjes.
Een vrouw zat eens buiten op het huisje. Toen kwam er een grote, zwarte hond bij haar. Ze durfde zich niet te bewegen en niet te roepen. Uiteindelijk is ze heel hard naar het huis gerend, met de hond achter zich aan. Het was een plaagbeest.
Een jongeman was eens op de terugweg, toen hij opzij werd gegooid door een plaagbeest. Een plaagbeest is een soort hond met een grote staart. Hij is zwart en loopt mank en gloeit helemaal.
Op een avond waren de knechten en meiden bij elkaar om wat te drinken. Een man deed een oliejas aan, met daaroverheen een wit laken. Hij sloeg op de jas, zodat het net klonk als het oorklapperen van een plaagbeest. Alle mensen renden hun huizen uit,…
Een paar vrouwen hadden de hele avond rare praatjes gehad. Toen ze naar huis gingen, werden ze achtervolgd door een plaagbeest, die de hele tijd tegen ze aan liep.
Een jongeman was eens alleen op de terugweg, toen hij hardop zei dat hij altijd maar alleen moest lopen. Meteen daarop werd hij achtervolgd door een grote, zwarte hond. Het was de duivel.