Een man ziet plotseling een groot zwart beest met gloeiende ogen lopen. Het dier lijkt op een hond, maar het is zo groot als een kalf en maakt een piepend geluid. Het is een plaagbeest.
Op een spookplaats doolt een plaagbeest rond. Het is een groot, zwart dier. Als iemand het dier over het hoofd wil strijken, is het plotseling verdwenen.
Op een spookplaats doolt een plaagbeest rond. Het beest lijkt op een zwarte hond. Als je het dier over je linkerschouder een stukje roggebrood toewerpt, doet het je niets.
Een man wordt plotseling opgeschrikt door een roetzwart dier ter grootte van een kalf. Het dier blijft hem hinderlijk op de hielen zitten. Het is een plaagbeest.
Een man was aan de drank. Toen hij op een keer op stap was geweest, achtervolgde een hond hem vanaf het kerkhof. De man gaf het dier een schop. Bij zijn huis aangekomen, liet de hond de man niet naar binnen gaan. Hij tuigde de man af. Het was een…
Een man was 's nachts onderweg naar zijn werk. Midden op de weg stond er toen een hele grote hond, die hem niet voorbij liet. Dat was een plaagbeest. De man is weer terug gegaan.
Als Tseard de straat verlaat en het bos in gaat vergezelt en dikke gele hond hem tot aan huis. Zodra Tseard de deurklink vastpakt is de hond verdwenen.