Een boer zag steeds een haas rond zijn boerderij en besloot deze te doden. De haas was echter niet te raken. Na drie dagen besloot de boer om een dubbeltje te verbrijzelen en dat als kogel te gebruiken maar de vierde dag kwam de haas niet meer terug.
Een haas kon niet geraakt worden door kogels. Pas nadat de pastoor een kogel had gewijd werd de haas in zijn poot getroffen. Dezelfde nacht liep er een vrouw met maar een arm rond.
In Eersel verscheen er een wit paard dat de mensen die gestorven waren aan de pest naar het kerkhof begeleidde. Ook was er een onkwetsbare haas dat zich na drie keer beschoten te zijn in een oud vrouwtje veranderde.
Een maaier denkt de laatste paar schoven nog wel na twaalven op zaterdagavond te kunnen zichten. Maar dan komt er een enorme groep katten op het veld op hem af. Uit angst vlucht hij weg, maar thuis ziet hij een grote, zwarte hond zitten bij de deur…
Jager hecht geen geloof aan verhaal over haas die onraakbaar is. Hij neemt de proef op de som, vóór middernacht komen ziet hij twee gewone hazen die buiten schot blijven. Om middernacht komt een grote haas recht op hem af, maar wordt niet geraakt…
Een vrouw was bij het plunderen van een stad uit een klooster geroofd. Een soldaat wilde zich aan haar vergrijpen en ze probeerde hem te overtuigen het niet te doen door hem een spreuk te leren waardoor hij onkwetsbaar zou worden. Ze deed de spreuk…
Geestelijken bezitten, als dienaren van God, een bovennatuurlijke kracht. Ze kunnen iemand 'stijf maken', de wind draaien en ze kunnen iemand onkwetsbaar maken.
Stroper schiet zesmaal op een haas zonder het dier te kunnen raken, de haas danst midden op de weg. Haas blijft 's nachts enige tijd meelopen met een man, die meent dat wat hem in het donker niet deert, hij ook niet doet.
Een man wilde eens een slang doodslaan, maar hij sloeg mis. Het was namelijk een koningsslang, en die is onkwetsbaar. De slang had een kroontje op zijn kop. Hij ging op zijn staart staan en begon te fluiten. Van alle kanten kwamen er hoepelslangen…