Er wordt verteld dat in het Zwart Ven, bij Rijsbergen, veel stalkaarsen zweefden. Een boer heeft op een nacht een hele groep moeten dopen. Sinds de moerassige heide tot een weiland is gemaakt ziet men er geen stalkaarsen meer.
De gedachte dat dwaallichten mensen weglokken naar het moeras bestaat nog steeds. Stalkaarsen worden weliswaar meestal gezien als de zielen van ongedoopte kinderen, toch wordt ook gemeend dat het de zielen van boosdoeners zijn.
Na haar dood komt Nelia als stalkaars ronddolen tussen 12 en 2. Kulhannes heeft ook wel eens een stalkaars gezien. Hij heeft er ook een boekje over en weet, waarom een strobos bij het sterfhuis wordt gezet.