Een stalkaars was een licht dat dichterbij kwam wanneer men ernaar keek. Een man die omstreeks half twaalf 's avonds naar de repetitie in Dworp ging, zag vaak een stalkaars in de lucht hangen.
Stalkaarsen waren meestal glimwormpjes of uitgeholde rapen waarin men een kaars had gezet. Men stak die rapen op een stok en liep er 's avonds mee rond om de mensen bang te maken.
Vroeger zetten de kinderen soms uitgeholde rapen met een kaars in de haag, zodat de mensen geloofden dat het op die plaats spookte. Zulke lichtjes werden stalkaarsen genoemd.
Een stalkaars was een glimwormpje dat in een struik zat. Het kon ook een ontbranding van gas zijn. Stalkaarsen zag men vooral in moerassen en op kerkhoven.
De knecht van een boer in Westkapelle zag 's avonds altijd een stalkeers. Op een avond ging de boer erheen en zag de geest van een dode vrouw die teruggekomen was omdat ze een belofte had verzuimd. De vrouw vroeg aan de boer om de belofte in haar…
Wanneer op een boerderij een dier was doodgevallen, dan werd het begraven. Wanneer een dier niet diep genoeg was begraven, verschenen er soms stalkaarsen. Dat waren dansende lichtjes die de mensen meevoerden naar de hel.
Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaars had gezet. Naast de kaars zette men enkele stukjes van een oude spiegel om de kaarsvlam te weerkaatsen. Zulke farçeurstrucs haalde men uit om dronkaards de stuipen op het lijf te jagen.