Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaarsje had gezet. Als het donker was, zette men dat kaarsje in het struikgewas. Voorbijgangers liepen dan haastig weg, om wat verderop te vallen over een koord die men voor de grap over de weg had…
Stalkaarsen waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Men mocht niet naar die lichtjes wijzen, want dan sprongen ze op de persoon die hen had uitgedaagd. Een jongen die toch eens naar een lichtje had gewezen, was snel naar binnen gevlucht en had…
Als men naar een stalkaars wees, dan kwam het lichtje op je hand zitten. Men vertelde vaak dat stalkaarsen verloren zielen waren, waarvoor niet werd gebeden.
Stalkaarsen waren uitgeholde bieten waarin grapjassen een kaarsje hadden gezet om voorbijgangers bang te maken. Meestal werden zulke bieten in donkere straten of langs afgelegen wegen gezet. Naar een stalkaars mocht men niet wijzen, want dan kon men…
De mensen kwamen van Knesselare, van Oedelem en van Eentveld kijken naar een stalkaars die op 't Maandagsche (?) zat. De mensen geloofden dat dat licht een teruggekeerde dode was. Wellicht was het gewoon één of andere grap.
Een stalkaars was iemand die in het veld stond met een uitgeholde biet, waarin een kaarsje was geplaatst. Bij een herberg in Bellingen had men een keer zo'n stalkaars gezet. De mannen die op zaterdag hun baard gingen laten scheren, moesten daar…
Een stalkaars was een uitgeholde biet met een kaars erin, die men op een stok had gezet. De mensen die zoiets zagen, geloofden dat het lichtje met toverij te maken had.
Een stalkaars kwam uit de grond en vloog rond zoals een vliegtuig met een lamp erop. Zo heeft er eens een stalkaars gevlogen van de Lijsterhoek naar de Breile aan de Hoorn. De mensen geloofden dat op die plaatsen een schat verborgen was of dat daar…
Stalkaarsen waren lichtjes die op het kerkhof verschenen door de ontbinding van de lijken. Soms gingen grappenmakers ’s avonds ook lichtjes in de stal zetten.