De vrouwen die 's avonds terugkwamen van hun werk in de fabriek, werden soms bang gemaakt door grapjassen die ergens uitgeholde bieten met kaarsen hadden gezet. Het gebeurde weleens dat de grapjassen zelf bang waren bij het zien van de kaarsen.
Een…
's Avonds zag men stalkeersen uit de grond komen. De mensen zeiden dat dat zielen uit het vagevuur waren, die hulp kwamen vragen. De lichtjes verdwenen weer als men voor ze gebeden had.
Mensen uit Krabbos (Dworp) die omstreeks zes uur in de ochtend naar hun werk in Lot gingen, kwamen vaak stalkaarsen tegen. Die lichtjes waren de zieltjes van te vroeg geboren kinderen die ongedoopt waren gestorven. Met die idee in het achterhoofd…
Een man zag in de Kraaimeersch in de Dorpsstraat in Beert een stalkaars. Dat was namelijk een vochtige weide waaruit lichtgevende fosfordampen opstegen. Zo kon men ook een fosforescentie op zee zien, wanneer er bij warm weer een onweer op komst was.…
Stalkaarsen waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die door de lucht vlogen. Een koetsier die met zijn zweep naar een stalkaars had gewezen, zag hoe het lichtje op de zweep kwam zitten en zei: "Je moet mij terugbrengen naar de plaats waar je mij…
Een stalkaars was een uitgeholde biet of raap waarin men een kaars had gezet. 's Avonds trokken grapjassen met zo'n stalkaars en met een laken over hun hoofd door de straten om anderen bang te maken.
Een stalkaars was een kaars die brandde en bewoog. Toveressen konden stalkaarsen doen bewegen.
In werkelijkheid waren stalkaarsen echter vaak uitgeholde bieten waarin men een kaars had gezet, en die men op een stok in het veld had geplaatst.
De toveressen van de Malheide liepen rond met rode doeken op hun hoofd. Ze gingen vaak met stalkaarsen achter kapellen zitten. Die stalkaarsen waren uitgeholde bieten met kaarsjes in. Wanneer de toveressen op pad waren, moest iedereen binnen blijven.…
Enkele mensen die naar eens stalkaars hadden gewenkt, zagen hoe het lichtje op de halve deur kwam zitten. De mensen moesten de deur dichtslaan om de stalkaars te verjagen.
Stalkaarsen zaten in de moerassen op de bomen. Vroeger vertelde men dat de stalkaarsen op Aswoensdag in de Lange Wei zaten. Naar een stalkaars mocht men niet wijzen, want anders kwam ze op je vinger zitten. Stalkaarsen waren bolletjes vuur.