Een oude vrouw wordt 's nacht steeds uit haar bed gegooid. De zoon vindt een heksenkransen in het matras. De man doet aangifte bij de politie, maar die durft niet op te treden tegen heksen.
Van vrouwen die naar kleine kinderen kwamen kijken werd gezegd dat ze hun betoverden en ziek maakten. Bij het openmaken van het kussen werd dan vaak een krans van veren gevonden. Het kind zou sterven als de krans af was.
Vroeger zat er een toverdokter in Gorrekom. Dan maakten ze het kussen open en dan zat er een krans van veren in. Als de krans al af was, dan was de ziekte dodelijk. Ze kregen medicijnen mee. En de buurvrouw werd scheel aangekeken. Dat was vooral zo…
Tegen hekserij moest het dode paard gevild worden en de huid biddend rond het huis en kruiselings over het erf worden gesleept. In het kussen van een krankzinnige jongen wordt een verenkrans met een doodskistje gevonden.