De bende van Pollet vertoefde in spelonken 't Vrijbos, net zoals de rovers van Bakelandt. Dat bos was 1100 hectaren groot. Drie jaar lang was de bende van Pollet actief in Rozebeke, Langemark, Staden, Ieper, Houthulst, Klerken, Passendale,…
In Bree stond een dikke holle boom die de 'Tolkesboom' (1) werd genoemd. Een vrouw die 's avonds brood aan het kneden was, vertrok om acht uur met deeg aan haar handen op haar bezemsteel naar de Tolkesboom om zich daar te gaan vermaken samen met de…
Twee vrouwen gingen op een zondagavond tijdens de vastenperiode waken bij Marie G., een heks die op sterven lag. Acht dagen lang heeft de vrouw op sterven gelegen. Geen enkele van haar dochters wilde naar haar sterfbed of naar haar begrafenis…
Op zaterdagavond met Allerheiligen zat een gezin aan tafel pap te eten, toen een vrouw uit de buurt een schotel vlees kwam halen. De vader schepte suiker in de pap van zijn oudste kind, waarop die vrouw prompt de suikerpot bij de echtgenote en het…
Twee mannen, onder wie Selm V.D.B., waren op een maandag samen naar de kermis geweest. Daarna gingen de mannen naar een café, waar een jazzband speelde. Opeens zei Selm: "Er moet hier andere muziek komen". Het volgende ogenblik weerklonk er in het…
Twee broers uit Geeraardsbergen die altijd een goede verstandhouding hadden gehad, kregen ruzie, waardoor de twee zelfs niet meer langs dezelfde deur wilden binnengaan in de kerk. Op een dag wandelde één van de broers door het bos en zei driemaal:…
In Kwaadmechelen kwamen de bokkenrijders 's nachts stelen. Ze hadden op de kerk het volgende geschreven: "We zijn met z'n achten, we stelen alle nachten, omdat we te lui zijn om te werken, bestelen we de kerken".
Alle Ijslandvaarders gingen vóór hun vertrek bij de pastoor te biechten en te communie. Toen de pastoor met enkele vissers op pad was, sprak één van de vissers: "Meneer pastoor, jij kan nooit om acht uur in de mis zijn, want het is al kwart vóór…
Op de weg van Zedelgem naar Aartrijke woonde een boer die acht zonen had. Die boer was oneerlijk geweest door ervoor te zorgen dat zijn zonen niet naar het leger moesten gaan. Toen de boer was gestorven, moesten zijn zonen de doodskist dragen. De…
In de Rechtestraat in Stokkem woonde een jood. Bij een man uit het dorp ging de jood altijd vee kopen. Toen er missie was in het dorp, sprak de man tot de jood: "Ik begrijp toch niet waarom jij nooit naar de kerk gaat". De jood ging altijd naar…
Een herbergierster had een getrouwde dochter wiens kinderen merkwaardig genoeg allemaal stierven. Nadat de herbergierster verhuisd was, heeft de dochter nog acht kinderen gekregen. De kwade hand was immers uitgeschakeld.
Bij de kleermaker in 't Wit Paard in Oostham kwam altijd een heksenmeester. Toen iemand zei dat heksen niet bestonden, antwoordde de heksenmeester: "Wel, vanavond zal ik er eens laten zien". Die avond zag de ongelovige man bij G. acht heksen in een…
Op een kruispunt in Moorsel woonde een jong echtpaar. De vrouw deed het huishouden en de man ging de hele dag uit werken. Op een middag kreeg de vrouw bezoek van een buurvrouw die een slechte naam had. De vrouw sprak tot die buurvrouw: "Ik zou voor…
In café 'de Franse Kroon' kwamen om acht uur 's avonds altijd honden met kettingen binnengelopen. De oudste dochter van de cafébaas werd ziek nadat ze tijdens een bijeenkomst van de St.-Antoniusgilde in Koersel een heks had gezien, die zei: "Je moet…
Bakelandt was een dierenhandelaar die leider was van een roversbende. Alles wat Bakelandt op de dierenmarkten te weten kwam, vertelde hij door aan zijn kompanen. Als Bakelandt wist dat er ergens geld in huis was, stuurde hij zijn rovers op…
In een huis woonden drie ongehuwde zussen. Op een dag brachten de zussen sinaasappels naar vrouw uit de buurt. Na het opeten van de sinaasappels werd de vrouw doodziek. Soms had ze zoveel pijn dat ze de lakens in het bed verscheurde. Uiteindelijk…
Een man die behekst was, werd 's nachts altijd schreeuwend wakker. Iemand bond de man een zakdoek met spek rond de pols. De man moest de zakdoek acht dagen aanhouden en acht dagen bidden. Daarna was die ziekte gedaan. De ziekte werd 'de fieflèn'…
Op een boerderij had men acht kinderen. Omdat die kinderen allemaal stierven ofwel ongelukkig werden, ging men te rade bij een geestelijke. Nadat men een bedevaart en een noveen had gedaan, is er nog één kind geboren, dat wel gezond is gebleven.
Een man die op zaterdag omstreeks acht uur terugkwam van zijn werk in Belle, zag in het Leenvollebos altijd een witte vrouw. Iedere week was de gestalte een beetje kleiner, tot ze uiteindelijk niet groter was dan een kind.
Een boer ging omstreeks acht uur naar huis om brood te bakken. De boer ging door het veld om snel thuis te zijn. De boer raakte echter verdwaald en was om halfdrie 's nachts nog steeds niet thuis.
De bende van Bakelandt bestond uit zo'n acht of negen rovers. Tijdens een inbraak in Roeselare maakte Bakelandt een gat in de muur om de deur open te maken. De bewoner van het huis greep Bakelandts arm vast en riep naar zijn vrouw: "Neem het hakmes…
In de boerderij van P. waren acht dieren gestorven omdat er 's nachts altijd een lichtje verscheen. Uiteindelijk heeft men een pater van Sint-Truiden laten komen.
In een herberg zaten twee mannen te kaarten. Op zeker ogenblik zei één van de mannen: "Ik heb acht troeven". Daarop sprak de andere man: "Ik heb ook acht troeven. We moeten dus stoppen". De twee tovenaars waren allebei even sterk.
Een man die naar zijn vaarzen ging kijken, werd onderweg uitgenodigd in het huis van een heks. Doordat de man perziken van de heks had aangenomen, is hij acht dagen ziek geweest.