Als men vroeger in het donker een stallicht zag en ernaar wees, dan kwam het licht dichterbij. Daarna bonsde het licht zelfs op de deur. In werkelijkheid waren die lichten vaak lampen van stropers.
De plaats waar de Noormannen hun kamp hadden opgeslagen, werd later nog altijd 'Kempke' genoemd. In het Paardenveld heeft men nog hoefijzers van de paarden van de Noormannen opgegraven.
Vroeger stierven kindjes vaak kort na de geboorte. Soms vond men in het kussentje dan een krans. Als dat gebeurde, dan vertelde men dat de zwarte hand het kind was komen halen.
In feite was de zwarte hand gewoon de hand van de moeder die niet…
Op de Duivelsborre stond een groot kasteel waar men vaak zat te kaarten. Toen men op zekere dag nog een vierde man nodig had om te kaarten, riep men dat de duivel mocht komen. De duivel verscheen en het kasteel is verzonken in een put die de naam…
Op het kerkhof van Nieuwenrode zag een jongen in het donker tot zijn grote schrik een schaap met een ketting rondlopen. Omdat de jongen ervan overtuigd was dat het op het kerkhof spookte, durfde hij in het donker niet meer op het kerkhof te komen. …
In Aldeneik stond een boerderij die 'het Klauwenhof' heette. De heilige Harlindis en Relindis hebben vroeger bij de Maas 'klauwe' (stenen?) gehaald om hun kapel te bouwen. Toen ze langs de Groene Weg bij de Luegebrug (?) kwamen, veranderden de…
Een man uit Bellingen die ’s avonds vaak dronken terugkwam van de kermis, had vaak het gevoel dat er een zware hond op zijn schouders zat, die zich liet dragen. De man vertelde dan dat hij door de maar was bereden. De man was dan helemaal bezweet bij…
Toen Onze Lieve Heer op de wereld kwam, sprak hij tot drie vrouwen die stonden te praten: "Ga naar huis en werk". Daarop antwoordden de vrouwen: "We hebben geen werk". Nog vóór de vrouwen hun huis hadden bereikt, zaten ze vol luizen en vlooien.…
Wie door de maar werd bereden, kon niet roepen en had het gevoel dat iemand hem bij de keel greep. Zodra men de naam van het slachtoffer riep, was de maar verdwenen.
Sommige mensen beweerden dat de maar een stilstand van het bloed was.
Op de hoek van de Corverstraat en de Sint-Catherinastraat verscheen het 'spook van de Blauwe Hoek'. Op een dag beweerde een man dat het vermeende spook het schijnsel van een petroleumlamp was.
In de Steenput (Dworp) was vroeger een grote papierfabriek. De arbeiders moesten soms laat werken omdat er veel bestellingen waren. In de holle straat waarlangs de mensen 's avonds naar Elzenheide (Dworp) en naar Solheide (Dworp) gingen, spookte het.…
In een klein dorp woonden wel dertien of veertien klompenmakers. Al die mensen hadden een huisje waar ze hun klompen konden laten 'rukken'. Omdat er zoveel 'rukhuisjes' stonden, kreeg het dorp de naam 'Rukkelingen'.
Vroeger was er veel armoede, waardoor de boeren vaak niet genoeg geld hadden om hun dieren eten te geven. Wanneer ze dan ongeluk hadden, geloofden ze dat er toverij in het spel was en hingen ze een kapelletje aan een boom.
Wanneer men dacht dat er een dode uit zijn graf was opgestaan omdat de grafsteen omhoog was gekomen, bleek later meestal een mol de oorzaak te zijn van het verschijnsel.
Een man die door het Tombos in Opgrimbie naar huis kwam, dacht dat het bos in brand stond. Het was echter gewoon de zon die onderging.
In het Tombos en in de duivelskuil spookte het wel.
De mensen geloofden dat het op het kerkhof spookte omdat ze er al vaak een lichtje hadden gezien. Op een dag gingen twintig dappere mannen naar het kerkhof, waar ze vasten dat het 'spook' een glazen kist met 'doodskronen' (?) was.
Twee mannen die 's nachts door het veld wandelden, geloofden dat ze een spook hadden gezien. Wellicht was het de weerkaatsing van de maneschijn op één of ander voorwerp.
Kludde was een grapjas die met een schapenvel op zijn rug rondliep om de mensen bang te maken. Wanneer er ergens een losgebroken hond met een ketting rondliep, geloofden de mensen ook dat het Kludde was.
In de bossen van Londerzeel waren enkele mannen bomen aan het omhakken, toen er plots een zigeunerwagen voorbijkwam. Precies op dat moment viel er een boom naar beneden, waardoor een oude vrouw omkwam. Sinds dat ongeval vertelde men dat in die…
Een man die op zaterdagavond terugkwam van zijn werk in Luik, schrok zich haast dood toen hij tussen Sledderlo en Camerlo een vuurbol zag. Plots was de vuurbol weer verdwenen. Vuurbollen waren in werkelijkheid gassen.
Een vrouw die ’s avonds naar de winkel ging, hoorde altijd gerinkel. De vrouw dacht dat het Kludde was, maar het gerinkel werd veroorzaakt door flessen die aan de bomen hingen om de vogels bang te maken.