Bij een poel is hulpgeroep te horen. Het is een voorteken: later zijn dezelfde geluiden te horen als er mensen door het ijs zakken. De mensen worden gered.
In de Liuwepoel zal eens een meisje met rood haar verdrinken. Mensen hebben er duidelijk hulpgeroep gehoord. Ook zit er een monster in de poel. Het water is wel eens in beweging terwijl het helemaal windstil is. En netten komen er altijd kapot…
De geesten van drie verbrande kinderen kunnen geen rust vinden omdat ze zonder doodskleed begraven zijn. Rond middernacht dolen ze rond op een spookplaats bij een poel.
Een bepaalde poel lijkt bodemloos. Er is wel meer vreemds met de poel aan de hand: het water is altijd zo onrustig dat men vermoedt dat er een monster of een hele grote vis in huist. Ook wordt gezegd dat er ooit nog iemand zal verdrinken in de poel.
Een man werd bij een heideven opeens beetgepakt en in elkaar gedrukt. Op het moment dat hij werd losgelaten, kwam er een engel uit de hei. De engel zweefde wat en verdween weer. Toen kwam er verderop iets aan, maar de man heeft nooit willen vertellen…
Men denkt dat er in de Leeuwepoel een monster zit. Mensen horen wel eens hulpgeroep. Soms is de hele poel in beroering. Sommige mensen hebben in of bij de poel wel eens een raar beest gezien. Als het vriest, kan het ijs niet blijven liggen.
Men zegt…
Op een bepaalde plaats hoorde men vaak hulpgeroep uit een poel komen. Een paar jaar later verdronk er daadwerkelijk iemand in die poel. Het hulpgeroep is een voorbode van de naderende verdrinkingsdood geweest.
Een man voorziet dat er iemand gaat verdrinken in de poel. Het is iemand met een rode rok aan, aldus de man. Later verdrinkt een jongen in de poel met rood haar.
Vanuit een poel werd eens hulpgeroep gehoord. Men ging ervanuit dat er iemand met rood haar in zou verdrinken. Later is er een man verdronken die er aan het pootjebaden was.