Op een dag zwom er een zeemeermin in de haven van Zevenbergen. Smekend vroeg zij om een slok water. De inwoners lachten haar uit. De mare voorspelde dat Zevenbergen zou vergaan. Wanhopig zwom ze verder naar Steenbergen en vroeg ook hier om wat te…
De meester van een staatsschool heeft eens een stem uit een poel horen zeggen: "De plaats is er, de man is er niet." Korte tijd later is er een leerling in verdronken.
Achter Surhuizum lag in het midden van het land een grote poel. Op een avond, om half elf, heeft iemand er, bij helder maanlicht, een stem uit de poel gehoord. De stem zei: "De tijd is er wel, maar de man is er niet." Twee jaar later is er een man…
Een buurvrouw komt aan een moeder vertellen dat haar zoontje in een poel is verdronken. Als de moeder dit meteen erna aan haar tante vertelt, zegt deze dat ze dat al wist. De tante zegt tegen haar dat ze zojuist ook al is geweest om dat te vertellen.
Vlakbij een heel klein huisje was een poel, waaruit sommigen af en toe heel duidelijk "Help, help!" hoorden roepen. De mensen dachten dat het spookgeluiden waren. De moeders waarschuuwden de kinderen er altijd: "Kom niet te dicht bij de poel, want er…
Een vrouw heeft een voorgezicht van een meisje met een rood schortje voor dat in een poel verdrinkt. Kort daarna verdrinkt de dertienjarige zus van de verteller in de poel als ze bij het schaatsenrijden door het ijs zakt. Ze heeft een rood schortje…
Uit de poel van Sterke Hearke in Hamsherne is wel eens een stem gehoord: 'De tijd is verschenen, maar de man is er niet.' Volgens de verteller is er echter nooit iemand in de poel verdronken.
Een man en een vrouw zagen op een zondagavond een meisje aankomen. Toen het meisje hen zag staan, ging ze terug. De man liep haar na. Ze ging in de richting van de Wopkepoel, liep erin en verdween.
Op een avond zaten de vertelster en haar man te praten. Ineens zien ze dat ze allebei in brand staan. Er zaten allemaal kleine vlammetjes op hun kleren. Maar ze raakten er niet door in brand. Ze waren bij een meertje toen ze het zagen. Toen ze hun…
In een meertje naast het huis van de vertelster hebben ze op een avond eens een stem gehoord, die zei: De tijd is verschenen, de man is er niet. Toen hebben ze met lantaarns gezocht of er iemand verdronken was. Korte tijd later is er bijna een jongen…
Uit een poel, een veenput, is eens een stem gehoord die zei: 'De tijd is verschenen, de man is er niet", maar er was nooit iemand in verdronken. Wel verdronk er een tijdje later een meisje dichtbij de Spoormer wijk.
In een poel in Harkema zit een monster. Het monster gaat een keer naar de weduwe van van der Poel en gaat op een stoel zitten. De vrouw is bang en houdt aan het bezoek een hartkwaal over.
Ver daarvoor gaat het gerucht door Harkema dat er een meisje…
Een man loopt 's nachts na een afspraakje naar huis, en denkt zijn zusje te zien die hem op komt halen. Hij volgt haar al rennend, maar wanneer ze het huis voorbij gaan en het meisje in een poel verdwijnt, gaat hij bang naar huis.
De `Langesleatter man' spookt nabij Eernewoude en Warten. Hij spookt overal: op beide oevers van de Lange Sloot, boven het water, boven het riet etc. Het is logisch dat hij zweeft. Zijn vrouw zei immers ooit dat zijn geest zwevende zal blijven.
Kinderen mogen niet op de Leeuwenpoel schaatsen, want er zal iemand in deze poel verdrinken. Ze mogen ook geen rode muts dragen, want degene die zal verdrinken zal een rood mutsje dragen.
In een plaats ligt een moeras met een poel, waarin ooit een kerk verzonken is. Enkele mannen proberen de klok naar boven te halen. Dit lukt, 'in Gods naam' zoals de ene opmerkt. Als de ander eraan toevoegt: 'Dat het ook in duivelsnaam zij', verdwijnt…
Een bouwvallige molen stort op een dag in elkaar. De molenaar gaat naar zijn broer om hulp. Onderweg ontmoet hij een heer, de duivel zelf, die hem zegt dat er een nieuwe molen zal staan voordat de haan driemaal gekraaid zal hebben. De molenaar moet…