Verteller vertelt over heksenkransen (van veren in het hoofdkussen) en de verschillende soorten die er voorkwamen, zoals heksenkransen met rode haren, aan elkaar genaaide stukjes stof en bloemen erin.
Drie kinderen gaan schaatsen - ondanks waarschuwingen - en zakken in het midden door het ijs en verdrinken. Hun geesten worden nog regelmatig waargenomen.
Een jonge boer erfde flinke problemen met het vee van de oude boer, zijn schoonvader (zie ook VODA_042_3a). Zijn dieren gingen allemaal dood. Uiteindelijk liet hij een geestenbezweerder uit de Belgische Kempen komen, het Mannetje van Genk. Deze…