Een paar poepen waren eens de bindstok vergeten. Een van hen ging toen maar zelf op het hooi liggen, en de anderen bonden een touw om zijn nek en zijn voeten. Als het niet meer ging, zou hij fluiten. Maar hij werd gesmoord en kon niet meer fluiten.…
Nachtmerries knepen 's nachts bij mensen de nek dicht, zodat ze haast geen adem konden halen. Om ze te weren, deden de mensen wel duivelsdrek onder hun drempels.
In Hardegarijp stond vroeger een slot, waarvan de hekken nooit dicht bleven zitten. Mensen zagen er eens een veulen met een brijpan om de nek rondlopen. Ook zagen ze er een opengesneden man in een boom hangen.
Op een spookplaats doolt een veulen rond met een brijpot om de hals. Het is een spookdier. Kinderen die 's avonds nog buiten zijn worden gewaarschuwd: het veulen zou hen kunnen grijpen.
Als een boer vermoord wordt, krijgt een arbeider de schuld. De arbeider - die onschuldig is - verklaart op zijn sterfbed 'Grote Pier heeft hem de hals uitgesneden en ik moest toezien'. Bloedvlekken bij een moord ontstaan kun je niet uitwissen.
Op een spookplaats spoken twee meisjes rond met rode doekjes om de hals. De spookmeisjes kunnen geen rust vinden omdat ze destijds vermoord zijn. Iedereen is vreselijk bang voor de meisjes.
Een overmoedige jongen die niet in nachtmerries gelooft pocht wel eens bezocht te willen worden door een nachtmerrie. Die nacht klimt een nachtmerrie vanaf het voeteneinde bovenop de jongen. De nachtmerrie knijpt vervolgens de keel van de jongen…