Hoe de elzen aan hun rode sap komen en de geiten aan hun korte staart.
De duivel nam een keer een geit mee door het elzenbos. De geit wilde niet en verzette zich. De duivel probeerde de geit mee te trekken en trok uiteindelijk de staart van de geit…
Een primitieve, lage houten mijnwagen werd een “hond” genoemd. Jonge mijnwerkers droegen een soort paardentuig en trokken de “hond” op handen en voeten door de lage gangen van de mijn.
Een man die met twee vette paarden terugkwam van Zulte, moest bij de kapel in Ingelmunster halt houden omdat de bezwete paarden niet meer voort konden. Op de wagen zat een doodlichtje en op de weg liep een troep katten. De man stapte van de wagen en…
Een man was in de buurt van het huis van Toon T.A. met zijn kar vastgereden in de modder. Opeens kwam er een man voorbij, die de kar met één hand uit de modder trok.
Een man die in de moerassen van Houthalen aan het werk was, zag plots een rode zijden draad. De man trok aan de draad en zei: "Wat voor een duivel zal hier uitkomen?" Het volgende ogenblik zonk de klok weer naar de bodem. De klok was tijdens de…
De alvermannetjes kwamen het werk van de mensen doen.
Om kinderen uit de buurt van waterputten te houden, zei men vaak: "Pas op, daar zit een alvermannetje en dat trekt je met een haak naar beneden!"
Vroeger durfden de kinderen niet in de buurt van een gracht of waterput te komen, omdat ze geloofden dat Pietje Haak daarin zat en hen in het water zou proberen te trekken.
Zjang had een wit met zwart gevlekte hond die de kruiwagen voorttrok. Wanneer de weerwolf vóór de kruiwagen kwam liggen, was de hond erg bang en kroop hij weg.
Een man die iedere avond voorbij een beek moest, hoorde bij het water altijd een stem roepen: "Zet ik hier nog een lap, dan is er weer een gat...". Toen de man op een dag antwoordde: "Zet maar lap op lap", werd hij in het water gegooid.
Bij de Zes Wegskes aan het einde van de Krogstraat was een kruispunt waar vaak vreemde dingen gebeurden. Er was daar ook een graf van een officier uit het leger van Napoleon. Een man die bij regenweer in het donker terugkwam van een bezoek aan zijn…
In een kasteel was een framasson overleden. Men slaagde er maar niet in de doodskist uit het kasteel te dragen, omdat er een verschrikkelijke stank hing en er wel honderd duivels in de kist zaten. Zelf vier paarden konden de kist niet trekken. …
Op het Molenveld woonde een jongen die een beetje achterlijk was. Op een dag kwam de jongen niet naar huis. De buurvrouw geloofde dat de jongen verdronken was, maar de moeder bleef bidden voor haar zoon. 's Avonds werd er aangeklopt. De jongen…
Een vrouw werd vaak door de maar bereden. Wanneer dat gebeurde, zag ze een beest dat langs haar voeten naar boven kroop en even later in haar nek zat en aan haar haren trok. De vrouw wilde haar echtgenoot roepen, maar het leek wel alsof haar keel…
Het spook van Hanskes was een weerwolf die op zaterdagavond bij de Croesmolen uit de beek kroop. Kinderen die zich niet wilden laten wassen, werden door de weerwolf in het water getrokken.
Een man die 's avonds met de huifkar terugkwam van Diest, kwam onderweg een witte madam tegen, die stilzwijgend langs de kar liep. De spookachtige verschijning leek wel een non die een witte doek op haar hoofd droeg. Omdat het paard bang werd en…
Op een boerderij gebeurden vreemde dingen. Het kindje dat in zijn wieg lag, werd 's nachts door een vreemde kracht geduwd. Men hoorde de aalpomp werken en de koeien aan hun kettingen trekken. Wanneer men ging kijken, was er vreemd genoeg niets te…
Charel was in de Bamistijd zijn koeien aan het hoeden, toen er een man naar hem toe kwam, die hem recht in de ogen keek en zei: "Jij hebt nog al je tanden". Daarop antwoordde Charel: "Ja, ik heb in heel mijn leven nog nooit tandpijn gehad". Toen…
Telkens wanneer Nel M. in huis was, trok de schoorsteen geen rook zodat de kachel niet goed werkte. Toen men Nel niet meer binnen liet, waren alle problemen opgelost.
In de zestiende eeuw werd in Middelkerke het Fleruskot gebouwd. Flerus, die daar woonde, nam nu eens de gedaante aan van een mens, dan weer die van een paard. Hij kon de koeien verzorgen zoals een meid, maar hij kon ook de kar trekken zoals een…
Een jongen werd altijd bang gemaakt door zijn ouders wanneer hij voorbij het water moest. Ze vertelden hem dat Kalle met de haak hem in het water zou trekken als hij niet voorzichtig was.
De mensen vertelden dat Peer, grootvader van Koenraad, met de duivel omging. Op een dag moest de man op een boerderij de stal uitmesten. Peer laadde de kar zo vol dat het paard koppig bleef stilstaan. Daarop sprak Peer: "Ik zal die kar wel zelf…