De bokkenrijders vlogen 's nachts door de lucht om te gaan stelen. Als ze wisten dat er ergens een koe of een paard was verkocht, dan gingen ze op die plaats stelen. Met bomen op koorden braken ze de poorten van de huizen open.
Op schepen werden vroeger vaak grappen uitgehaald met de scheepsjongens die de bemanning van koffie en water moesten voorzien. Toen het donker was vroeg één van de bemanningsleden aan een scheepsjongen: "Ben je bang voor de Vliegende Hollander?"…
Er heeft een brand gewoed in het stadhuis van Den Haag. Piet de Graauw vraagt later aan Bierige Joost of hij het ook gehoord heeft en of hij weet of de schade groot is. Bierige Joost laat weten dat hij er bij is geweest en er zo dichtbij was als hij…