De grootvader van de verteller was een bomenrooier. De gekapte bomen werden over het water vervoerd. Bij een brug die zij passeerde woonde een vrouw die boten kon tegenhouden.
Corpsleden mogen niet onder de Dom door lopen. Ooit is iemand van Unitas er vanaf gesprongen, en bovenop iemand van het Corps terecht gekomen, wat het Corpslid fataal werd.
Vrouw die als heks wordt gezien loopt heen en weer over de brug waar iemand die ondanks een storm toch is gaan varen, onderdoor is gekomen. De boot slaat om en de man verdrinkt.