In Osselt woonde vroeger een vrouw over wie men geloofde dat ze een toveres was. Vroeger werden mensen gauw van toverij verdacht. Vrouwen die van hekserij werden verdacht, werden gefusilleerd of op de brandstapel gegooid.
Een man die een toverboek bezat, beweerde zelf dat hij een tovenaar was. De mensen waren ook bang voor de vrouw van die man, die altijd een halsdoek op haar hoofd droeg.
Een boer die zich ergerde aan een kat die hem hinderde bij het werk, stak het dier een oog uit. De volgende dag was één van de buurvrouwen een oog kwijt.
In het bos bij de Chaussée d’Alsemberg zaten vroeger altijd rovers die de mensen aanvielen. De meeste mensen waren dan ook heel bang als ze voorbij die plaats moesten gaan.
Een meisje wandelde 's avonds samen met haar moeder naar huis. Toen de twee vrouwen in de Bloemenstraat waren, zagen ze een ketting die over de grond rolde. Een week later zagen ze op diezelfde plaats een juffrouw met een witte schort verschijnen.
In Schepdaal woonden twee toveressen. Zwangere vrouwen durfden niet voorbij het huis van die toveressen te lopen. De toveressen hadden onderling afgesproken dat diegene die als eerste zou sterven, zou terugkomen om aan de andere te vertellen hoe het…
De kar van een voerman zat vast in een modderige put. Zolang een vrouw uit het dorp bij de kar bleef staan, slaagde men er met geen enkel paard in de kar los te krijgen. Toen de vrouw naar huis ging en iets bijzonders deed, kwam de kar onmiddellijk…
Een toveres bezat een hele koffer boeken. Soms werd die vrouw door haar man bont en blauw geslagen. Die man was immers niet geleerd en kon daarom zelf niet toveren.
De toveres kon gekleurde bloemen op het raam doen verschijnen en vervolgens weer…
Een moeder van een tweeling kreeg altijd bezoek van een oude man die met de kinderen sprak. Wanneer die man op bezoek was geweest, waren de kinderen lastig en huilden de hele nacht. Omdat men geloofde dat de kinderen betoverd waren, bracht men ze…
Op het kruispunt bij het tombeveld, dat ook ’t Tommeke werd genoemd, zat altijd een spook in de gedaante van een zwarte hen. Op een dag begon de hen te kakelen en met haar vleugels te slaan, om even later weer te verdwijnen. Die zwarte hen zat daar…
Een moeder ging met haar kind naar de pastoor omdat het hoofdje van het kind omgedraaid was. De pastoor sprak tot de moeder: "Ga snel naar huis, want ze zal om zo laat voorbij komen om haar ezel te zoeken". Toen de moeder thuis was, kwam er inderdaad…
Een man die doodsbrieven naar de mensen bracht, werd in de straat tussen Goetsenhoven en Bost door een jong veulen besprongen. Toen de man begon te bidden, werd hij van het veulen verlost. Na dat voorval is de man in bed moeten blijven van angst.
In Heultje spookte het. Een kalverkoopman gaf mensen een frank als ze hem kwamen zeggen wanneer er ergens een kalfje geboren was. Toen de koopman een keer met een kalf op zijn rug door het veld in Heultje liep, zag hij een groepje mensen van Hulst…
Een meisje van zestien of zeventien jaar dat op bezoek was geweest bij haar ouders en 's avonds terugging naar Leefdaal, zag toen ze halfweg was een brandende schoof stro in de lucht vliegen. Het meisje liep door het veld naar huis zo snel ze kon.…
Weerwolven waren mensen die ’s nachts rondliepen met een berenvel dat ze ’s nachts verborgen. Die mensen werden Duitse schapers genoemd. Ze konden mensen overdag in de weide doen verdwalen. Als men zijn duimen in zijn vuisten hield, kon men niet…
Langs de oude Herebaan in Neerharen was vroeger een sluis. De heuvel waarop die sluis gelegen was, werd de 'heksenheuvel' genoemd omdat de heksen daar bijeenkomsten hielden. Op een heuvel in de buurt van Lanaken en Veldwezelt werden de heksen…
Een man die samen met zijn vrouw terugkwam van Moerbeke, zag een zwarte kat vóór zich lopen. Toen de man de kat wilde wegjagen, werd het dier alsmaar groter en groter. Uiteindelijk durfde de man de kat niet meer verjagen, waardoor hij een omweg moest…