Op Gouderak werd de nageboorte van een paard boven in een boom gehangen zodat het veulen met zijn kop omhoog ging lopen. Gebeurde dit niet dan zou het veulen gaan sjokken.
Bij slecht weer wordt de toren in de schuur gezet; in de kleine kerk kan men de vanuit de ingang de pastoor op het altaar met een bonestaak aanraken; kerk en toren zijn zo laag als een boerderij; de wijzers worden verzet met een bonenstaak.
In de kerk zitten de vrouwen aan de noordzijde en de mannen aan de zuidzijde. Dit zou een overblijfsel zijn van het gebruik van noord- en zuidpoortjes om de kerk binnen te komen.
In een korenveld in Wieringen is een graancirkel verschenen met een spiegelbeeldige P eraan vast. De getroffen boer gaat er van uit, dat het mensenwerk is.
Als je in Parijs op de Eiffeltoren staat kun je de hele stad overzien. Als je in Utrecht op de Dom staat kun je over de hele stad uitkijken. Als je in Enschede op de stoep staat kun je de hele stad zien.
Er lopen twee oenen over de spoorbaan. Zegt de een tegen de ander: 'Wat duurt die trap lang hè?' Zegt de andere weer: 'Ik vind ook dat die leuning zo laag zit.'
Twee Belgen komen met hun vrachtwagen vast te zitten onder een viadukt. Als een politieagent oppert dat ze de banden leeg laten lopen, zegt één van die Belgen dat de wagen van boven en niet van onderen vastzit.
Nadat een visser de vrouw van een zeemeermin heeft gevangen en gedood, spreekt het mannetje uit dat het dorp hier spijt van zal krijgen en zal vergaan, en alleen de toren blijft staan.