In Poederoijen woonde een oude vrouw, die werd als toverheks beschouwd. Een man ging een keer met zijn koets
boven van de dijk af, bij de wiel. Dat kwam door die toverheks. Maar er mankeerde niks aan. Die man reed gewoon onderheen weer verder tot…
Vroeger was er een man met een toverstokje. Als hij je daarmee aanraakte, dan bleef je stijf staan. Daar moest je voorzichtig mee zijn. Hij kon maken dat je je hand niet meer open kon krijgen, of dat je ogen open bleven staan en als je mond openstond…
Als er iemand met paard en wagen van de dijk ging, dan had de oude man het gedaan. Ze zeiden vroeger: "Van Alem naar Maren, dat is een gevaarlijke buurt". Ze gingen er op een draf voorbij, over die dijk.
Je moest oppassen voor mensen die anderen stijf kunnen laten staan. Iemand moest je aanraken, anders gebeurde er
niks. Als hij je aanraakte, dan liet hij je stijfstaan, net zolang tot hij het commando gaf, dat je weer verder kon gaan.
De pastoor kon de wind laten draaien. Hij kon op de plaats waar de brand was, de trek van de wind verplaatsen. De wind ging niet om, als je op twintig, dertig meter afstand stond, dan was de wind gewoon 't zelfde. Maar 't vuur trok van de huizen…
Er zweefde in een steeg altijd een witte dame met een kaars in de hand 's avonds. Dat is door verschillende mensen gezien. Als ze dat zagen, gingen ze terug.
Vroeger, als een paard een veulen moest krijgen, dan bleven de mensen erbij waken. Als het paard dan een veulentje had gekregen dan kwam de helm nog. Dan waren er speciale mensen voor om de helm eraf te halen, en die brachten ze dan in de top van den…
Er woonde vroeger bij ons een vrouw, die vroeg aan een boer of die haar land wilde bouwen. Maar die boer zei: "Nee hoor!" Maar toen die boer zelf ging ploegen weigerden de paarden.