De verteller kwam vroeger als kind was wel eens bij een heks over de vloer. Die heeft hem eens een krentebol gegeven. Zijn moeder zei dat hij die helemaal moest opeten, maar een stukje van de korst in zijn zak moest steken. Dan kon hem niets…
Een maat van de verteller uit de werkverschaffing vertelt dat in Bergumerheide een heks woont die altijd in de gedaante van een kat bij hen komt. Ze strooien dan meel op de drempel, dan kan de kat niet in het huis komen.
Fokke Wiersma zijn moeder was heks. Het mens had een rode neus en rode ogen. Piter Tjeerdsma had drie dochters. Eén daarvan was doofstom. Toen ze ziek werd, vonden ze een krans in haar hoofdkussen. Ze was beheksd. Ze deden duivelsdrek onder de…
Een nachtmerrie was een vrouw die andere mensen plagen moest. Ze kwam meestal door het sleutelgat. Als afweer werd duivelsdrek onder de drempel gedaan, zette men de pantoffels omgekeerd voor het bed.
Een man heeft een oom en tante met een zieke zoon. Volgens de dokter is er niets aan te doen. Men zegt dat de duivel hem te pakken heeft. De man gaat met het water van de zieke jongen naar de duivelbanner. De duivelbanner geeft een drankje mee voor…
Nachtmerries knijpen iemands hals dicht. Eén van zeven meisjes is nachtmerrie. Zij komt altijd door het sleutelgat. Middelen tegen de nachtmerrie zijn meel strooien (dat mogen ze niet meenemen) en één pantoffel goed en de andere achterstevoren voor…
In zijn jeugd droegen ze bij de verteller thuis altijd duiveldrek op de borst en het hemd achterstevoren tegen hekserij. Ze durfden niet naar Alle Tet, de heks, toe om potdeksels te kopen. De heks heeft zijn moeder een keer verteld dat ze 's nachts…
Een man is tovenaar. Zijn vrouw en kinderen hebben het hemd altijd omgekeerd aan en dragen brood op de borst uit angst betoverd te zullen worden. Hij betovert ook het vee van zijn kinderen. Als een vet schaap van zijn zoon ziek wordt, dreigt de zoon…
Een weduwnaar met kind, wordt geplaagd door nachtmerries. Hij praat hierover met de buurman. De buurman weet raad. Als de man 's avonds in bed ligt komt de buurman en smeert hem in met wit meel. Hij moet de hele nacht zo blijven liggen. De volgende…
De vader van de verteller is aan het maaien. Hij krijgt koorts. Van één van de maaiers moet hij negen houtjes opzoeken en in zijn zak doen. Dat doet hij. Na een tijdje zijn alle houtjes weg, maar de koorts is ook verdwenen.
Verteller voelt zich als kind 's nachts bedreigd door iets wat een nachtmerrie moet zijn geweest. Nadat zijn vader een goedje in een papiertje onder zijn kussen heeft gelegd heeft hij er geen last meer van gehad.
Een vader, moeder en dochter wonen afgelegen in een bos en hebben op het huis een kruis hangen tegen kwade geesten. Als de ouders op een avond weggaan, geven zij de dochter opdracht het huis niet te verlaten en ramen en deuren te vergrendelen. De…
Van zeven broers is er één een weerwolf. Van zeven zusters is er één een nachtmerrie. Als men een hoefijzer boven de deur had hangen, kon men de nachtmerrie doen omkeren. Men kon ook de kousen en sokken kruiselings voor het bed leggen.
Het gebeurde wel dat er bij de verteller thuis niet gekarnd kon worden. Zijn vader zei dan: de duivel zit weer in de karn. Hij ging dan bij Wopke Minke een middeltje halen. Dat kwam op een kooltje vuur in een test te liggen en dat werd later…
De moeder van Piter had altijd duiveldrek onder de drempel voor de heksen. Dat kocht ze bij Jonge Jan op het Wytfean. Zij at ook wel eens een stukje duiveldrek op. De kinderen hadden allemaal duiveldrek in een zakje op de borst. De kinderen droegen…
De krans moet in de pan droog op het vuur gezet worden met de deksel erop. Dan moet de heks voor de dag komen. Dan vlucht ze bij de deur weg.
In zeven jaar moet de heks iemand doodtoveren. Slaagt ze daar niet in dan gaat ze zelf dood.
Grootmoeder Swaen had een bonte kanarie. Die hing in een kooi in een kamer. Toen zij stierf, wilde de kanarie niet meer zingen en veertien dagen later was hij ook dood.
Als er iemand in huis sterft, moet men een doek over de kooi hangen en de kanarie…
De vader van de verteller heeft op een avond bij Kûkherne iets voorbij zien zweven. Hij werd heel bang en zei "wie mij daar zo bang maakt, die sterft door de hand van deze man". Maar even later was het voorwerp de weg over en het zweefde verder.
Als afweer tegen toverij kan rogge en duivelsdrek gebruikt worden. Wie geen tovenaars in huis wil hebben, moet zijn klompen achterstevoren voor de drempel zetten.
Afweermiddelen tegen nachtmerries zijn het strooien van meel, hangen van takken van de vlier voor het bed, strooien van kaf op de rug van het paard. Geval dat buurvrouw die de nachtmerrie blijkt te zijn, door het kaf vast zit op het paard.