Kludde met zijn keet was een boswachter uit Beersel, die 's nachts vaak met een ketting naar buiten trok. Als men de kinderen wilde doen gehoorzamen, dan zei men altijd: "Let op, want Kludde met zijn keet zal komen!"
Een man die op de Malheide woonde, vertelde zijn kinderen over Kludde met zijn keet, die 's avonds met veel lawaai rondliep. Kludde zag eruit als een schim die een ketting met een soort pot achter zich aan sleepte. De mensen en zelfs de dieren waren…
Soms gebeurde het dat grapjassen die dronken waren, zich verkleedden en een ketting achter zich aan sleepten opdat de mensen zouden denken dat ze Kludde met zijn keet hadden gezien. Veel mensen waren dan ook heel bang wanneer ze het gerammel van zo'n…
Men vertelde dat Kludde een hond was die met een ketting rondliep. Als men Kludde met rust liet, dan hoefde men niets van hem te vrezen. Mensen die Kludde iets deden, moesten op zijn rug gaan zitten.
Sommige mensen hadden hun ziel aan Kleudde verkocht. Ze moesten dan met een vel over hun hoofd rondlopen om de mensen bang te maken. Ze zaten vaak op hun knieën op de kasseien. Zulke mensen konden alleen worden verlost wanneer men hun vel kon…
Een man die bezems verkocht, ging met zijn hondenkar op pad. In Houwaart (tussen Rillaar en Aarschot) hield de man halt om zijn boterhammen op te eten. Toen de man weer bij zijn kar kwam, was de hond verdwenen. Omdat de man de kar niet alleen kon…
Een man die terugkwam van Kasteelbrakel, waar hij zijn vriendin was gaan opzoeken, moest onderweg in de Puttestraat Kludde dragen. Kludde bond de man zelfs een zware ketting rond de nek. Bij zijn thuiskomst duwde Klude de man in de modderige brij en…
De nachtwaker van een fabriek uit de Parijsstraat in Lembeek had Kludde gezien. De man liep weg voor een grote, dikke hond, die in de fabriek met een ketting rammelde.
Op een poort in Beigem zat altijd een zwarte kat.
Een man die dronken naar het station van Beigem wandelde, moest onderweg Klerre met zijn keet op zijn rug dragen.
Een schaapherder had de gewoonte om 's avonds buiten een pijp te roken samen met zijn buurman. Toen de twee daar zaten te roken, kwamen er drie kluddes voorbij, die op handen en voeten liepen en een dierenvel over zich hadden gehangen. Plots sprak de…
In de Steenput (Dworp) was vroeger een grote papierfabriek. De arbeiders moesten soms laat werken omdat er veel bestellingen waren. In de holle straat waarlangs de mensen 's avonds naar Elzenheide (Dworp) en naar Solheide (Dworp) gingen, spookte het.…
Enkele jongens die terugkwamen van de kermis, werden bang gemaakt door grapjassen die met een ketting in een boom zaten te rammelen. De jongens geloofden dat dat Klerre met zijn keet was.
Mensen die bang waren, hadden soms het gevoel dat ze Klerre…