Een van zeven zussen is een nachtmerrie. Een van zeven broers is een weerwolf. Om geen nachtmerrie te hebben, moet men de klompen omgekeerd voor het bed zetten. Een weerwolf komt door het sleutelgat binnen. Zij willen van alles verscheuren.
Een van zeven broers is een weerwolf. Als hij weer een kuur heeft, moet men hem een oud schort of iets toewerpen. Dat verscheurt hij dan. Als men iemand met de draden uit zijn mond ziet, kan men ervan opaan dat dat een weerwolf is.
Van zeven meisjes die in leeftijd op elkaar volgen is er één een nachtmerrie. Van zeven jongens is er één een weerwolf. Nachtmerries gaan 's nachts bij de mensen op de borst zitten en knijpen de keel dicht. Een stukje roggebrood helpt om de…
De mensen geloofden in spoken. Ook werd je bang gemaakt met weerwolven. Als kind mocht de verteller geen appel aannemen van Ann Potters. Zij zou de appels betoveren.
Een man die met een maat buiten loopt, verdenkt een hem naderende man ervan een weerwolf te zijn. Als de weerwolf dichterbij komt, werpt de man hem snel zijn rode zakdoek toe. De weerwolf laat de man vervolgens met rust. Omdat de twee kameraden toch…
Op een bepaalde plaats loopt een weerwolf rond. Als hij nadert, werpen de mensen hem snel een zakdoek toe. Doen ze dit niet, dan valt de weerwolf hen zelf aan. De weerwolf verscheurt de zakdoek.
Een nachtmerrie is een vrouwtje dat door alle gaatjes in het huis binnen kan komen. Van zeven meisjes uit een huishouden is er één een nachtmerrie. Van zeven jongens is er één een weerwolf.
Een bepaalde jongen is een weerwolf. Op gezette tijden moet de weerwolf alles opeten wat in zijn buurt komt. Als de weerwolf een dergelijke bui heeft, wordt hem snel een zakdoek uitgereikt.