Jannegie de Pollepel kwam altijd bij boer Janus voor een droge bos takken. Daar was ze erg dankbaar voor. Jannegie zei tegen Janus: "Als je een koe hebt waarvan de nageboorte niet af komt, dan wil ik wel een stuk gebedeld brood brengen."
In de tijd van de veepest waren alle koeien van een vrouw weg. Ze hield maar een kalfje over. Dat kalfje hield ze in de kelder, zodat het niet besmet kon worden.
Je koeien moet je niet op maandag in het land brengen, dat geeft ongelukken. En je moet nooit met je personeel op maandag beginnen, maar op dinsdag of op zaterdag. En dat wilden ze ook wel zeggen: "Je moet de koeien vrijdags droogzetten", dan kalfden…
Veertig jaar geleden was er een boerenfamilie uit Zeeland en de dochter in dat gezin deed iets spiritueels. Ze kon bijvoorbeeld een koe laten bevallen, terwijl het de boerenknecht niet was gelukt om het kalf eruit te trekken. Sommige mensen waren…
In de tijd van de veepest zagen sommige mensen voortekens aan de hemel. In Noordeloos was toen een hofstee met twee aparte stallingen. Bij de een was alles weg en bij de ander mankeerden de koeien niks.
Een man uit IJsselstein had een bijzondere kracht. Hij zei: "Je komt niet ver, want je paard wordt kreupel." En dat gebeurde dan ook. Als hij niet mee mocht rijden, zorgde hij dat het paard kreupel werd.
Van m'n grootvader heb ik wel eens gehoord, je had bedelaars, die rondtrokken en die spraken vloekwoorden uit over het vee. Dan kregen de koeien een stijf poot.
De kwaaie hand, daar heb ik nooit van gehoord, wel van de ongenezende hand, als je bijvoorbeeld goedkoop vee kocht en dat 't achteraf toch nog duurkoop was.
De nachtmerrie, ja zo'n spreekwoord had je vroeger in Leerbroek ook. Dat was iets, dat bij paarden voorkomt. Dat heb ik dikwijls met mijn eigen paarden meegemaakt. Het zweet brak ze uit, de manen zaten in de klit, helemaal in mekaar, je kon het niet…
Als een koe een ontsteking in de hoefrand had, dan stak de boer met een mes het gras rondom de zieke poot van de koe weg. Dat werd uit de grond gesneden en in een knotwilg gelegd. Als het gras verdroogd was, dan was de poot onherroepelijk genezen en…
In het jaar waren een aantal kwade maandagen. Dan moest je geen vee in het land laten. En je moest de koeien nooit op maandag droogzetten, maar wel op vrijdag.
Vroeger woonde in Nieuw Lekkerland een oude boer (D.). Mensen dachten dat al hun tegenslag bij hem vandaan kwam. Als mensen langs zijn huis moesten, renden ze altijd. D. betoverde karn en mensen geloofden ook dat hij zich in een kat kon veranderen.
Het land werd met palmtakken gewijd tegen onkruid. Er werd wel eens
zaad voor het maaien in wijwater gelegd. Vroeger werd alles ingewijd, als
een zeug moest biggen, als een nieuwe kar werd ingereden, als er een
paard voor de wagen kwam. Als de…