Een man die te ver had gelezen in een toverboek, werd begeleid door roodkapjes (kabouters) wanneer hij terugkwam van zijn werk. Bij zijn thuiskomst riep de man: "Haast je, moeder, doe de deur dicht!" De moeder kon de kleine wezentjes niet zien.
Als er roodkapjes (kabouters) op het veld zaten, dan werd er vaak veel schade aangericht. Om de roodkapjes kwijt te raken, moest men een kilo zout op een houtmijt gooien en de kaboutertjes de opdracht geven om alle zoutkorreltjes eruit te halen.
Kaboutertjes die hielpen met het bijeenbinden van de oogst, het in 'kapelletjes' zetten van het vlas en het planten van de bieten, werden 'roodkapjes' genoemd. Dat waren mannetjes die zich aan de duivel hadden verkocht. Roodkapjes kon men alleen…