De toverheks werd geweigerd om met een boer met paard en wagen mee te rijden. Maar verderop wilde het paard ineens niet meer verder. Toen mocht ze toch meerijden.
In het Kuilenburgse Veld woonde een oude vrouw. Als de mensen naar de markt in Kuilenburg gingen, zaten ze op een boerenwagen en ineens ging die wagen de weg af.
Een visser was 's avonds wormen aan het vangen en toen hij naar huis wilde, sprong er een weerwolf op zijn rug. Die bleef daar net zo lang hangen tot hij thuis was. En omdat die weerwolf hem thuis had gebracht, was hij bekeerd, hij zou meer in God…
Een man uit Capelle ging met andere boeren naar de polder bij Werkendam. Een van die boeren kon toveren en die was in de nacht met paard en wagen in de Oude Straat, toen er ineens twee katten voorsprongen.
In Sprang-Capelle zat een katje en dat liep ons maar achterna. Dus ik probeer het weg te jagen, maar toen ik langs het bruggetje kwam zat het er weer. En toen ik thuis kwam zat het daar weer. Het was een toverkatje.
Mensen uit Capelle hadden mijn vader gewaarschuwd om niks aan te nemen van een vrouw die kon toveren. Maar hij had zijn koe verkocht en ze wilde hem een appel en een kop koffie geven. Hij had ook een klein jongetje bij zich, maar de vrouw zei dat ze…
Als de boer met zijn paard en wagen over de weg liep, bleef het paard altijd stilstaan in de Kakhoek. Iedere keer weer, want daar woonde een vrouw die verdacht werd van tovenarij.
Er was een man die heel veel praatjes had en toen zei een andere man dat hij een slot op zijn mond zou zetten. Toen deed hij zijn hand op de mond van de man en kon hij niet meer praten.
In Drongelen was een vrouw en ze zeiden dat ze kon toveren. Maar als je dat in gedachte houdt, dan kan ze niet toveren. Dus toen ze langskwam, zei ik dat ze niks kon doen, omdat ik eraan dacht.