Bij een bunzingjacht vonden de honden van twee broers een bunzing, maar wilden de bunzing niet pakken. Een heel zwaar dier sprong ongezien op de nek van één van de broers. De honden kropen uit angst bij elkaar. Het was een plaagbeest.
Een boer ging samen met Feitse Mud 's avonds zijn bijen na de wei toe brengen. Toen zij liepen wou de boer even gaan zitten omdat hij een dikke hond naast zich zag lopen. Feitse Mud schopte het beest de sloot in maar even later liep het beest weer…
Er wordt verteld dat bij het Hillebrandtsloantsje vroeger een plaagbeest in de vorm van een groot zwart beest actief was. Mensen dorsten hierdoor 's avonds en 's nachts hierdoor niet langs het Hildebrandsloantjse te gaan. Indien ze er wel voorbij…
Een weerwolf, een ongevaarlijk plaagbeest, in de vorm van een grote zwarte hond die onverwacht op de rug van mensen springt, niet af te schudden is en plotseling weer verdwijnt.
Een man wil een half varken verkopen, maar onderweg springt er steeds een kat op zijn kruiwagen die zo zwaar wordt dat hij niet verder kan. Telkens als hij de kat wegjaagt springt deze er even later weer op. Als hij met veel moeite een huis bereikt…
Een zwarte kat springt 's avonds bij een wandelaar op de schouder en wordt erg zwaar. Hij blijft zitten tot ze bij de huizen komen. Een man met een kruiwagen is hetzelfde overkomen.
Als mijn grootouders 's avonds uit huis gingen, zagen ze soms een plaagbeest met grote ogen. Ze gooiden dan roggebrood, zodat het beest er vandoor ging.
Op weg naar de suikerfabriek gingen de honden van de hondenkar plotseling liggen, ze durfden niet meer verder: naast hen was een grote roetzwarte hond komen rennen. Het wa een plaagbeest geweest.
Wytse vertelde dat hij eens wandelde toen er een bont, groot beest naast hem kwam rennen. Het was een plaagbeest, en het ging pas weg toen hij roggebrood te voorschijn haalde.
Toen Romke eens aan het vissen was in het kanaal, zag hij een grauwe zwarte hond op de wal. Het was een plaagbeest, en steeds als Romke hem wegjoeg kwam hij weer terug. Romke ging even aan wal, maar toen hij daarna weer in de boot zat, zag hij het…
Drie mannen gingen kuieren bij lichtmaan. Ze kwamen bij een dam met een hek. Ervoor zat een hele grote zwarte hond. Ze waren bang dat het een plaagbeest was. Toch hadden twee van de drie de moed er langs te gaan, en er gebeurde niets: de hond…
Een weduwe, een schippersdochter, was eens alleen op het schip. Toen kwam er een plaagbeest in de vorm van een grote zwarte hond. Hij kwam direct op haar af. Ze was doodsbang, maar daarna heeft ze er nooit meer een gezien.
Ymke en Auke de vries zagen tijdens het wilgenkappen een grote zwarte hond met een lange, slepende staart. Het was een plaagbeest. Auke was er erg bang voor
Toen de grootvader van de verteller op een avond op weg was naar zijn vriendin, zag hij een zwarte ho nd aankomen. Op een gegeven moment zag hij dat het geen hond was maar een plaagbeest. De grootvader werd doodsbang.