Op kerstnacht ging de kasteelheer van Rouvenne de heilige vaten roven uit de abdij van Sint-Jansberg. Om twaalf uur zakte het kasteel met veel lawaai in de grond. Op de plaats waar het kasteel had gestaan, was een grote modderpoel. Ieder jaar op…
Een gedeelt van Oostende zou ooit door de zee zijn verzwolgen. Die plaats van de zee werd 'de Ijzerweg' genoemd. Op die plaats kon men geen vis vangen.
Een kasteelheer uit Kanne ging 's zondags niet naar de kerk. Hij reed liever per koets met zijn dochters naar Maastricht. Onderweg brak er echter een hevig onweer los. Door een grondverzakking werden de paardenkoets en de inzittenden onder de…
In Kasteelbrakel zou ooit een kasteel zijn verzonken. De kasteelheer die daar woonde, vierde feest en vloekte terwijl een pastoor met de Laatste Sacramenten voorbijkwam. Normaal moesten de mensen in zo'n geval naar buiten gaan en knielen. Plots…
In Heestert zou ooit een grote kerk zijn verzonken. Daarna hoorde men ieder jaar met Ons-Heer-Hemelvaart klokkengelui op die plaats. Daarom wordt de processie in Heestert met Ons-Heer-Hemelvaart gehouden.
In het Ven in Maaseik zwom een snoek met een gewei op zijn kop. Op een bepaalde dag kon men om middernacht de klokken horen luiden en dan kwam de verzonken kapel weer boven.
In het verzonken kasteel in Pittem woonden vroeger Tempeliers. Ze leefden als rijke heren en hadden slaven die werden opgehangen als ze niet gehoorzaamden. Op een dag heeft een Vlaamse graaf de Tempeliers verjaagd en hun kasteel vernield.
In Oostduinkerke was een put die men niet kon vullen. In die bodemloze put is ooit een koets met een dame verzonken. Er is ook een pastoor in verdronken.
Op het 'putvenneke' in Achel is ooit een klok verzonken. Soldaten hebben de Lievevrouwe-klok in de grond geduwd. Op kerstnacht om twaalf uur hoorde men die klok onder de grond nog luiden.
Een boer uit Oostduinkerke sprak onderweg tot zijn reisgezel: "Met Gods wil zijn we bijna op onze bestemming". Daarop sprak de andere:"Zonder Gods wil zullen we er ook geraken!" Het volgende ogenblik zakte de koets in de grond.
Tussen de kursaal en een staketsel zou vroeger een stuk van Oostende hebben gelegen, dat door de zee werd overspoeld. Soms hoorden de vissers daar nog een klokje luiden van onder het water.