In een kasteel tussen Lokeren en Dranouter woonde een rijke man die de hele dag met zijn paard op stap was. In het kasteel werden jaarlijks enkele grote feesten gegeven voor mensen uit Brussel en Parijs. In de kasteelvijver zat wel honderd kilo vis,…
In het Ven in Maaseik zwom een snoek met een gewei op zijn kop. Op een bepaalde dag kon men om middernacht de klokken horen luiden en dan kwam de verzonken kapel weer boven.
Vroeger zaten in de vaart van Damme betoverde snoeken die wel tweehonderd kilo wogen. Wanneer de kalveren bij de vaart gingen drinken, werden ze in het water gesleurd.
Lang geleden woonde er een boer in Kessel-Hout die slecht met zijn vrouw kon opschieten. Op een zondagmiddag ging hij met haar wandelen. Hij deed alsof hij in een poel een grote snoek zag zwemmen en spoorde zijn vrouw aan om deze van dichterbij te…
Ondanks het luiden van de kerkklokken gaat een man op zondag vissen. De snoek die hij aan de lijn krijgt is zo sterk dat de man in het water valt en verdrinkt, als straf voor het verzuimen van de kerkgang.
van woensdag 01 september 1976 t/m dinsdag 30 november 1976
Een turfsteker is visser en stroper geworden. Op een dag vindt hij een zakje met zilvergeld van de armenmeester (de armen kregen weinig, de meester veel, dus hij had er geen moeite mee het te houden). Maar zijn vrouw zal alles verraden, omdat zij…
We hebben hier in Lith een wiel liggen, daar uit die wiel is een zware snoek gevist. Een snoek met haar op z'n rug als mos. En daarom hebben de wegwijzers de vorm van een snoek.
Onder de vissen heeft men koninkies. Deze vis heeft geen schubben, maar zijn soort kan verschillen. Het koninkie trekt andere vissen aan, om deze reden moet men hem ook nooit vangen en meenemen. Men moet de vis juist teruggooien, zodat er andere…
Een dominee die erg van vissen houdt ziet vanuit de preekstoel een visser een enorme snoek ophalen. De dominee is zo van de vis onder de indruk dat hij de preek vergeet en uitroept 'Dat is een baas...'. De dominee herstelt zichzelf direct en zegt:…
Een man vangt een enorme snoek en vaart op de rug van de snoek over het meer. De snoek blijft maar rondjes zwemmen, zowel onder als boven het water. Het lukt de visser van de vis af te springen en als hij weer op de wal staat merkt hij dat het al…
Vissers vingen eens zo'n grote snoek, dat de vis niet in zijn geheel op een wagen paste. De vis werd hierop in tweeën gesneden: de helft werd op de wagen gegooid; de helft werd weer in het water gegooid en zwom daar verder.