Op de 'torrelen' in Veurne spookte het. Er was een onderaardse gang en voor één van de deuren zat een grote hond. Wanneer men naar de kelder wilde gaan, zag men er allemaal ratten. Als de mensen boter wilden karnen, dan lagen er allemaal vodden in…
In Stalhille stonden veel Tempeliershoeves. De Tempeliers waren paters die al het land in hun bezit hadden. Men beweerde ook dat er onderaardse gangen waren die de Tempeliershoeves met elkaar verbonden.
De mensen beweerden dat in de oude hoeve op Goeversteen ten zuiden van Gestel ridders van Malta zouden gewoond hebben. De ridders van Malta waren roofridders die hun paarden achterstevoren besloegen, zodat niemand zou weten waar ze 's nachts naartoe…
De Tempeliers hadden een onderaardse gang gegraven van in Oostende tot aan de kerk van Nieuwpoort. Tussen Leffinge en Stene stonden twee gouden beelden in de gang. De muren waren vier stenen dik, zodat er geen water naar binnen kon sijpelen. De…
Langs de weg naar Stevoort was een plaats die 'de doodspoel' werd genoemd. Vroeger is daar namelijk een kerk verzonken. Wanneer men trok aan de koord die er op de grond lag, hoorde men de klokken onder de grond luiden.
Onder de markt in Beringen liepen verschillende gangen die naar een grote kelder leidden. Drossaard E. had die kelder laten bouwen om er de binders van Lummen en de bokkenrijders in op te sluiten. Velen onder hen werden in de kelder onthoofd.
In Lapscheure stond een kerk die vernield werd tijdens de revolutie van de Geuzen. De klokken van die kerk werden in een put gegooid. Nu nog beweren sommige mensen regelmatig die klokken te horen luiden.
In Genk was een klok uit de kerktoren gevlogen en in de Molenvijver gevallen. Daarom werd die vijver de Klokvijver genoemd. Op kerstnacht om klokslag twaalf uur hoorde men die klok luiden.
In Ter Doest was een onderaardse gang waar de duivels vergaderingen hielden. Ze zagen eruit als grote honden met hoeden. Toen een pastoor tijdens één van die vergaderingen een kruisbeeld bovenhaalde, waren alle duivels plots verdwenen.
Ten tijde van de Tempeliers waren er onderaardse gangen die de Tempeliershoeves met elkaar verbonden. De Tempeliers reden met paard en kar door die gangen.
Achter de weg naar Varsenare was een onderaardse gang met ijzeren poorten die naar Brugge leidde. Die gang werd vroeger als vluchtweg gebruikt tijdens oorlogen.
De Tempeliers verbleven vroeger in het Tempelhof in Slijpe, in de Koude Schuur en in Rattevalle. Al die plaatsen waren verbonden door onderaardse gangen. De Tempeliers waren jezuïeten die in het Franse Montmartre waren opgeleid. Oorspronkelijk…