In Lissewege zouden onderaardse gangen zijn, maar niemand heeft ooit zo'n gang gezien. In een weide ligt een grote arduinen steen die niemand kan optillen. Die steen zou de toegang tot de onderaardse gang afsluiten.
Op de hoek van de markt in Maaseik stond een huis waarvan de kelder toegang gaf tot een onderaardse gang. In dat huis hielden de bokkenrijders bijeenkomsten.
Onder het kasteel van Oversteen waren onderaardse gangen die uitkwamen op de Stijnheuvel. De mensen durfden de gouden wieg die onder het kasteel verborgen lag, niet op te graven omdat ze bang waren dat het Graalvuur in die wieg zat.
Tussen het Tempelhof en de Duivelstoren in Nieuwpoort was een onderaardse gang. Tijdens de oorlog is men er nooit in geslaagd de Duivelstoren te vernielen. De duivel bewaakte zijn bouwwerk immers.
Op de Dilger achter het kanaal in Rekem waren ondergrondse gangen die het kasteel van Rekem verbonden met dat van Hocht. Op die plaats zou iemand ooit de vuurman hebben gezien. Die zogezegde vuurman was gewoon het licht van mensen die op die plaats…
De bokkenrijders waren mensen met baarden, die in onderaardse gangen leefden. De bokkenrijders kwamen alleen 's nachts tevoorschijn. Soms lieten ze zich door de mensen dragen tot bij de ingang van hun onderaardse gang. De mensen die dat moesten…
In Mopertingen stond een kasteel dat 'de Blankaart' werd genoemd. Kasteel het Jonckhof lag tussen Munsterbilzen en Hoelbeek. De Tempeliers die in die kastelen woonden, gaven feestjes onder de grond. Ze hadden hun paarden achterstevoren beslagen. …
Bakelandt was de leider van een roversbende. Hij was vaak gekleed als een heer. Zevenentwintig rovers van de bende van Bakelandt werden in Brugge onthoofd. De rovers hielden bijeenkomsten in een herberg in Staden. Ze hadden ook verschillende…
Tempeliershoven waren ommuurde boerderijen. Men geloofde dat alle Tempeliershoven door onderaardse gangen met elkaar waren verbonden. De Tempeliers plaatsten hun doden in de zuilen van hun hof.
Bakelandt vertoefde in de bossen tussen Woumen en Langemark. Hij had daar een onderaardse gang. De bende van Bakelandt ging stelen bij de rijken. Aanvankelijk pleegden de rovers weinig moorden.
Een jager zag een grote otter die altijd in hetzelfde gat wegkroop. Op een dag ontdekte de jager dat dat gat uitgaf op een onderaardse gang van de Tempeliers, die Stene met Snaaskerke verbond.
Alvermannetjes waren kleine mensjes die onder de grond leefden en 's avonds bij de mensen aanklopten om wat voedsel te krijgen. Op een boerderij op 't Geneuth kwamen de alvermannetjes dorsen in ruil voor het voedsel dat ze kregen.
De Tempeliers woonden in onderaardse gangen. Op de dag vóór Kerstmis kon men de processie bij het Tempeliershof zien uitgaan. Vaak liepen er ook paarden zonder kop rond. In de kelder was een put waarin men nooit dieren kon zetten omdat het er zo…
Op het domein van het kasteel van Petegem werden honderdvijftig doodshoofden opgegraven. Ten tijde van de slavernij liet de kasteelheer zijn slaven hard werken zonder hen eten te geven. De slaven moesten 's nachts zelfs de kikkers doen zwijgen om…