Op een dag gaf een jezuïet-tovenaar een groot feestmaal. Omdat de mensen bang waren voor toverij, durfde niemand naar het feest te gaan. Op het feestmaal verscheen een hele troep katers. De jezuïet hing de katers worsten rond hun nek en liet ze zo…
Een jongen wandelde samen met zijn ouders voorbij de tuin van een jezuïet, waar mooie appels hingen. De jongen wilde in de tuin enkele appels gaan plukken, maar zijn vader verbood het hem. Omdat de jongen maar bleef aandringen, liet de vader zich…
Willem S. uit Diepenbeek had een boek gelezen van zijn oom die geestelijke was in Luik. Daardoor kon Willem in contact komen met geesten nadat hij driemaal op zijn muur had geklopt. Sindsdien maakte Willem allerlei vreemde dingen mee. Wanneer…
Op de Langeren-molen woonden vroeger Jezuïten. Omdat de paters bang waren dat de molen door de Fransen in beslag zou worden genomen, werd er een akte opgesteld waarin de molen werd overgedragen aan een zekere P. Na de Franse Revolutie wilde P. de…
Een man uit Mopertingen trok vaak op met de Kroesel uit Eigenbilzen. De Kroesel had in Maastricht een boek gekocht waardoor hij over bijzondere krachten beschikte. Toen de Kroesel voorbij een huis kwam waar men een varken had geslacht, deed hij een…
Tussen elf en één uur 's nachts spookte het op de Tempeliershoeven. Men kon er dan mensen horen poetsen en dorsen. De Tempeliers waren slechte geestelijken van de orde van de jezuïeten. In één nacht werden alle Tempeliers uitgeroeid door een koning.
In Westouter woonde een man die voor jezuïet leerde. Die men beschikte over bijzondere krachten. Op een dag waren enkele kinderen bij het huis van die man aan het spelen. Eén van de jongens raakte zijn bril kwijt. De kinderen zochten overal, maar…
De Tempeliers verbleven vroeger in het Tempelhof in Slijpe, in de Koude Schuur en in Rattevalle. Al die plaatsen waren verbonden door onderaardse gangen. De Tempeliers waren jezuïeten die in het Franse Montmartre waren opgeleid. Oorspronkelijk…
In de gangen van de mergelgroeven gingen de mensen tijdens de oorlog schuilen. Op een dag trokken twee jezuïeten de berg in met een lange koord die ze aan een boompje buiten de groeve hadden vastgebonden. Een boer schaapherder maakte de koord…
In een kasteel in Bellingen vielen alle sleutels om middernacht op de grond. De vrijmetselaar die daar woonde, had iets misdaan en zag altijd de duivel verschijnen. De man had zijn zonde ontkend met de woorden: "Als ik iets misdaan heb, dan wou ik…
Op een zondag sprak de pastoor tijdens zijn preek over slechte mensen en slechte boeken. Nog vóór de pastoor in detail had kunnen treden, stond een jezuïet-tovenaar in de kerk recht en riep: "Je bent laf meneer pastoor, je bent laf!"