De bewoners van Middelburg hebben vele spotnamen: Kwakken, Schavotbranders, wafeleters. De rijke Zeeuwse stad wordt sinds de vele branden in 1930 ook wel Brandenburg genoemd...
8 regelig rijmdicht van de dichter A. Schotte waarin hij verontwaardigt reageert omdat men de "puut" een Zeeuwse nachtegaal noemt en de zang van de Zeeuwse poëeten "gekwaak".
slokkers uit Duitsland werden "Moffen en Poepen" genoemd. Later noemden Hollanders mensen uit andere gewesten ook Mof. Zeelanders noemden de bewoners van de overkant op hun beurt weer Poepen.
Vrouw van Dijk kon mensen en dieren genezen. Ze kon ook door te strijken een koe, die vastzat in de sloot, redden. De dochter van de boer die de spot met haar dreef was de volgende dag ziek.
Een boer heeft kaas, die betoverd is door een vijand, en uit zichzelf uitzet. Over de boer en zijn kaas zongen de mensen een liedje, om hem te waarschuwen dat als het zo doorgaat zijn boerderij bezwijken.
In Polsbroekerdam zaten er een stuk of zes, zeven te kaarten. Ze dreven de spot met het heilig Avondmaal, door het na te doen. Eén ging er naar de w.c. Toen hij niet terugkwam, gingen ze kijken. Hij stond er op zijn kop in. Hij was verdronken.
Een man zet een ander met een dikke buik voor gek door te zeggen dat anderen hun spullen op hun rug dragen, maar deze draagt het voor. De ander zegt dat het wel nodig is, in een land met zoveel dieven.
Een man met één oog kwam een man met een bochel tegen. Hij vroeg de man waar hij zo vroeg zwaarbeladen heenging. De ander antwoordde dat hij niet in de gaten had dat het zo vroeg was totdat hij zag dat de ander maar één luik open had.
Jezuïet tegen edelman: hoe komt het toch dat de keizers altijd zulke grote neuzen hebben? Edelman: dat komt omdat ze zich altijd blindelings door de Jezuïeten bij de neus laten nemen.