Mensen die te voet door het donker naar Elbeek (Halle) gingen, werden onderweg besprongen door Kludde, die zich liet dragen. In Halle zou ooit een grote vijver zijn geweest. Het Leeuwenplein (huidige marktplaats van Halle) zou het laagst gelegen…
Een man ging op een zondagavond bij de pomp in de Bosstraat water halen omdat zijn vrouw ziek was. Een man die terugkwam van Halle, en die misschien dronken was, liep met een rammelende waterkruik naar huis. De andere man hoorde dat gerammel en…
Vroeger gebeurde het vaak dat grapjassen met een ketting rammelden om voorbijgangers bang te maken. De mensen geloofden dan dat Kludde met zijn keet in aantocht was.
Vroeger maakte men de kinderen bang met verhalen over Kludde. Kludde heeft echter nooit bestaan. Het was een grapjas die 's avonds of 's nachts met een ketting over de grond sleepte en lawaai maakte.
In 1800 moesten de mensen uit de parochie bij de boeren gaan werken. Ze kregen daar maar weinig eten. Op hun weg naar huis moesten die mensen kludde dragen. Dat was de boer die zich in een gracht of achter een struik had verborgen om de mensen te…
Een man die op weg was naar zijn vriendin, kwam in de Palokenstraat een hond tegen, die met zijn poten op zijn schouders sprong. De man heeft die hond moeten dragen tot bij de deur van zijn huis. De volgende ochtend had die man grijze haren. Kludde…
Een vrouw uit Oetingen, die als meid op een boerderij werkte, zag na tien uur 's avonds in een weide altijd kludde met zijn ketting lopen. Op die boerderij werkte ook een Duitse schaapherder. Toen de vrouw op een avond naar huis wandelde, kwam ze de…
Een meisje kwam met haar vriend terug van de kermis in Essenbeek. Onderweg zei de vriend: “Geef mij je zakdoek eens, want ik moet hier een boodschap doen. Als Kludde met zijn keet zou komen, dan gooi ik met die zakdoek en dan zal hij jou met rust…
Enkele jongens uit Schoonderbuken gingen naar de kermis in Rillaar. Een paar jongere kinderen wilden wel eens weten of de stoere verhalen over de jongens klopten, en gingen stiekem ook naar de kermis. De kinderen vonden de jongens echter niet en…
Een man kroop voor de grap op handen en voeten met een ketting door het veld om zijn kleinkinderen bang te maken. De kinderen geloofden dan dat ze Kludde met zijn keet hoorden.
Omdat er vroeger geen straatverlichting was, waren er veel farçeurs actief. Zo zette men soms een kaars in een uitgeholde biet of verkleedde men zich met een wit laken als spook. De mensen geloofden vaak dat ze Kludde met zijn keet hadden gezien.
Een jongen die 's avonds terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin in Beert, werd onderweg altijd aangevallen door Kludde. Op een nacht was Kludde de jongen in de nek gesprongen en liet hij zich dragen tot de jongen thuis was.
Een man was besprongen door een witte hond en geloofde dat het Kludde met zijn keet was. In werkelijkheid was Kludde een farçeur die met een rammelende ketting rondliep.
Kludde was een man die zich verkleedde en kettingen bij zich droeg om de mensen bang te maken. Men maakte de kinderen ook vaak bang met verhalen over Kludde.