Twee jagers worden opgeschrikt door een klein zwart hondje. Één van de mannen wordt door het beestje met kracht op de grond gedrukt. Het is een plaagbeest.
Een vrouw wordt op haar tochten altijd begeleid door een plaagbeest in de gedaante van een grote zwarte hond met flaporen die hem over de kop hangen. De vrouw heeft grote moeite het dier van zich af te schudden.
Een jongeman wordt op de terugweg van zijn meisje lastig gevallen door een plaagbeest. Volgens zijn moeder is het goed geweest dat hij het 'Onze Vader' heeft opgezegd.
Een man was eens ergens een paar borrels wezen drinken. Op de terugweg werd hij achtervolgd door een klein hondje, een plaagbeest. De man was zo bang dat hij de nacht in een wc-huisje heeft doorgebracht.
Een jonge vrouw werd op een avond eens achtervolgd door een plaagbeest. Toen ze terug op de boerderij was, wist ze niet hoe zij het grote, zwarte beest achter het hek kon houden. Maar toen was hij opeens verdwenen.
Om aan een plaagbeest te ontkomen, moet je altijd een korst roggebrood bij je hebben. Een plaagbeest ziet eruit als een grote, zwarte hond, en loopt met je mee naar huis toe.