Op het Vlèruskot werkte de duivel in de gedaante van een knecht. De ploeg werkte er vanzelf en de koeien waren vaak met hun staart aan de balken vastgebonden. Toen de boerin op een dag pap met look had gekookt, sprak Vlèrus: "Vlèrus eet geen pap…
Op het Vlèruskot werkte een knecht die kon toveren. Als de vrouwen naar de kermis wilden gaan, dan hielp de knecht altijd met het werk. Als ze echter naar de mis moesten, dan zorgde de knecht ervoor dat het werk niet klaar geraakte. De pastoor…
Op het Vlèruskot spookte het. De boerin heeft Vlèrus verbannen naar het uiterste van het erf. Ieder jaar kwam Vlèrus een buiteling van een luis dichterbij. Wanneer hij terugkeert, zal hij alles vernietigen.