Op een nacht ging de bende van Noë inbreken bij de notaris in Klein-Gelmen. Toen de rovers in Heks waren, zagen ze niet dat er een kantonnier bij de slagboom een pijp stond te roken. Eén van de rovers sprak: "Hier is rook! Rookt er iemand van ons,…
Wanneer de bokkenrijders gingen stelen, zeiden ze: "Ik wil daar zijn". Het volgende ogenblik stond er een bok voor de deur, waarmee ze door de lucht konden vliegen.
In Mopertingen stond een kasteel dat 'de Blankaart' werd genoemd. Kasteel het Jonckhof lag tussen Munsterbilzen en Hoelbeek. De Tempeliers die in die kastelen woonden, gaven feestjes onder de grond. Ze hadden hun paarden achterstevoren beslagen. …
De rover Pollet zou in 1905 een boer en een boerin uit Krombeke hebben vermoord. De bende van Pollet was afkomstig van Poperinge en bestond uit vier leden. Eén van hen, een zekere Lapar, werd in 1934 gearresteerd en veroordeeld tot een…
Tijdens de oorlog was de 'bende van de dameskous' actief. Dat waren een zestal mannen uit de buurt van Eisden en Lanaken. De rovers hadden hun naam verdiend aan hun gewoonte om een panty over hun hoofd te trekken.
Een man bij wie de bokkenrijders waren komen stelen, had één van de rovers herkend. Later op de dag ging de man de rover thuis opzoeken en hij dreigde ermee om hem aan te geven tenzij de rovers al het gestolen goed zouden terugbrengen. Diezelfde…
Een boer uit Krombeke had een varken verkocht. De volgende nacht kreeg de boer bezoek van de bende van Pollet. De rovers bedreigden de boer met een revolver en dwongen hem het geld van de verkoop van het varken aan hen te geven.
Een oude vrouw had drie zonen die bij de bokkenrijders waren. Op een dag liet drossaard C. de drie jongemannen oppakken en ophangen voor de ogen van hun moeder.
De eigenaars van de Vurtense molen hadden twee ossen verkocht. Omdat de knecht dat had rondgebazuind, werd de molenaar op een avond overvallen. De rovers beukten de deur in en riepen: "Geld afgeven!" De vrouw van de molenaar herkende in één van de…
Nolleke van G., de leider van de bokkenrijders, had in de buurt van het huis van S. in Hasselt een kleine herberg. In zijn herberg organiseerde Nolleke danslessen, waar tientallen jongens op af kwamen. Wanneer de jongens éénmaal in de herberg waren…
In de buurt van Schalkhoven en Wellen waren de bokkenrijders actief. Ze drongen in de huizen binnen om de mensen van hun geld te beroven. Ze hielden de voeten van de mensen in het vuur opdat de slachtoffers zouden vertellen waar ze hun geld…
Een bokkerijder die langs een gat onder een raam wilde inbreken, werd de schedel ingeslagen door de bewoner van het huis. De andere rovers namen zijn lijk mee.
Wanneer de bokkenrijders een vergadering hielden, werd er een groot vuurwerk gemaakt. De leider van de roversbende moest dan op een bok gaan zitten en door het vuur rijden. Vervolgens werd er een feest gehouden, waarbij de drank rijkelijk vloeide. …
De laatste bokkenrijders hielden bijeenkomsten op de Schans in Niel. Toen ze hadden ingebroken bij de familie S., waar men net een varken had geslacht, bonden ze daar alle mannen vast. De meid, die de bokkenrijders herkend had, kreeg een prop in de…
Bij de vaart in Leffinge huisde een roversbende die 'de Klakken' werd genoemd. De rovers hadden een hol onder de dijk, waarin ze hun gereedschap verstopten. Ze woonden in lemen huisjes met een rieten dak.