Bij een inbraak probeerden zes bokkenrijders een deur in te beuken met een boomstam. Twee mannen die de rovers hadden bespied, namen elk een geweer in de hand. Eén van hen zei: "Schiet jij de eerste rover neer, dan zal ik de laatste proberen te…
Een man die pastoor was in Wallonië, had twee broers van wie er één lid was van de bokkenrijders. De kinderen van de bokkerijder mochten elk jaar bij de pastoor op vakantie gaan. De kinderen van de andere broer mochten dat niet, hoewel zij…
Een vrouw die op haar akker aan het werk was, zag een man voorbijkomen, maar besteedde geen aandacht aan de figuur. Toen de vrouw 's middags naar huis ging om te eten, stelde ze vast dat er was ingebroken. De dief had geen geld meegenomen, maar hij…
In Vlamertinge woonde een rover die twee mensen had vermoord voor hun geld. Op een ochtend was de rover door het raam van een huis gaan kijken. Toen hij zag dat de bewoner alleen thuis was, viel hij binnen in het huis, sloeg de bewoner dood en stal…
Een meisje werkte als meid op een boerderij in de Bredestraat in Putte. In die boerderij was een kelder met een bornput. Toen de boer en de boerin op een zondagochtend naar de mis waren, kwamen er enkele jongemannen van achttien of negentien jaar op…
Een familie uit Gyverinckhove had dertigduizend frank van een bankrekening gehaald om iets te kopen. De mensen hadden het geld verborgen in oude kleren die ze in een mand hadden gegooid. Om vijf uur 's ochtends vertrok de familie naar een begrafenis…
Een jongen die bij de post van Maaseik werkte, logeerde in het hotel van een man in de Bosstraat. 's Avonds was de jongen op pad met een lege vleeskorf. Onderweg kwam de jongen voorbij de Siemkesheuvel, waar de bokkenrijders aan de galg werden…
Een vrouw die haar aardappelen had gerooid, stelde de volgende dag vast dat de aardappelen uit de greppel waren verdwenen. Bakelandt, die achter de Vossebeek vertoefde, had ze gestolen. De bendeleider sliep in een trog die in een duiker hing. Bij de…
De kasteelheer van Jageneau in Diepenbeek had een mooie dochter met de naam Alida. Toen een roversbende uit Diest op een dag een inbraak pleegde in het kasteel, werd Alida ontvoerd. De man die haar wilde gaan redden, verkleedde zich als zanger. …
De bende van Bakelandt hing rond in de bossen van Houthulst. Overdag dreven ze handel om de huizen van de mensen goed te kunnen bekijken. 's Nachts pleegden ze inbraken in die huizen.
De bokkenrijders van Wellen leken door de duivel te zijn bezeten. Ze deden immers alles wat hun leider hen vroeg. De rovers konden over de hagen of door de hagen vliegen.
De drossaard wandelde met een man van Rotem naar Elen. Toen ze onderweg een mooie hond tegenkwamen, zei de drossaard: "Wat een mooi dier. Weet jij van wie die hond is?" De man antwoordde: "Van X" Daarop keek de drossaard in zijn boekje, waar…
De bokkenrijders vergaderden in een kapel in een veld in Tongerlo. De bokkenrijders waren afkomstig uit Nederland, maar daar waren ze uitgeroeid. Op het kasteel van Stokkem woonde een lid van de bende. De bendeleider werd samen met andere…
De rovers van de bende van Bakelandt leurden met bezems en konden op die manier de boerderijen bestuderen, waar ze een inbraak wilden plegen. De rovers bespraken altijd vooraf wat ze precies gingen doen. De bende van Bakelandt verbleef in een spelonk…
De timmerman Mes van de K. was een bokkerijder. Op een dag sprak Mes tot één van de mannen met wie hij samenwerkte: "Je moet maar eens meegaan! Wat heb je het liefst, een grijze of een zwarte?" De mannen bleven 's nachts slapen in de schuur waar ze…
De Hussen waren rovers die in België, Duitsland en Frankrijk vertoefden. De rovers kwamen bijeen bij de Plesbeek. De buit werd verdeeld in een café bij de Volkermolen. De baas van de Hussen stak dan zijn dolk in het midden van de tafel. Zodra het…
Janneke van G., een bokkerijder, liet zijn slachtoffers ruiken aan een vloeistof in een flesje, vooraleer hen te beroven. Janneke werd opgepakt en opgehangen. Toen hij aan de galg stond, weigerde Janneke zich te bekeren, en hij sprak: "Hang me maar…
Een visser die voorbij de vestingen in Ieper wandelde om te gaan vissen, zag bij het 'Nunnedijkje' vier mannen zitten. De visser groette elk van de mannen, maar niemand antwoordde. Tien minuten later stonden de mannen op. De visser volgde hen en zag…
De wilde jacht waren eigenlijk bokkenrijders. Wanneer de bokkenrijders ergens naartoe gingen, mochten ze niets weten over de bestemming. Hun leider zei dan: "Ik zweer dat we door heggen en door hagen moeten." In het Vlaams Huis in Glabbeek hielden…
De bokkenrijders gingen in Wellen op een bok staan en zeiden dan tweemaal: "Ridder, ridder, koen, over Biesen toren". Vervolgens vlogen de rovers weg over het kasteel.