Een man die bij een barones op een kasteel werkte, bleef altijd laat weg. Op een dag hoorde de familie van de man wondermooie muziek bij hun deur. De mensen waren doodsbang. Ze hebben nooit geweten waar die muziek vandaan kwam.
De mensen geloofden dat de heksen om middernacht kwamen dansen in de Lazerij van Rutten. In die beemden was een kring van zo'n vijftien à twintig meter, waar merkwaardig genoeg geen gras groeide.
Mensen die door de maar werden bereden, kregen het benauwd en hadden het gevoel dat er duizend kilo op hen drukte. De maar kon men horen aankomen. Als men zijn klompen omgekeerd onder het bed zette, was men tegen de maar beschermd.
In Bree stond een dikke holle boom die de 'Tolkesboom' (1) werd genoemd. Een vrouw die 's avonds brood aan het kneden was, vertrok om acht uur met deeg aan haar handen op haar bezemsteel naar de Tolkesboom om zich daar te gaan vermaken samen met de…
De hellewagen was iets dat zwaaiend door de lucht vloog. Op die wagen werd veel gezongen en lawaai gemaakt. Als de hellewagen door de lucht vloog, dan kwam er altijd kwaad. Om de kinderen bang te maken, zeiden de mensen vaak: "Ik ga je meegeven…
Een vrouw die al een jaar ziek was en niet door de dokter kon worden geholpen, kreeg vaak bezoek van een vrouw uit de buurt. De man van de zieke vrouw ging op een dag op bedevaart naar Dendermonde. Die dag kwam de buurvrouw omstreeks elf uur een…
In Hoepertingen woonde een man die werd geraadpleegd door mensen die met een ziekte of met hekserij te kampen hadden. Die man had gezgd dat in de buurt van Rotselaar, Wezemaal en Tielt nog negentien heksen woonden.
Een man was in de buurt van het huis van Toon T.A. met zijn kar vastgereden in de modder. Opeens kwam er een man voorbij, die de kar met één hand uit de modder trok.
Dwaallichtjes waren zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven. Die kinderen kwamen spoken om na hun dood vooralsnog gedoopt te worden. Het was heel moeilijk om een dwaallichtje vast te nemen.
In Hamont woonde een vrouw die ervan verdacht werd een heks te zijn. Een man van wie al vijf of zes schapen waren gestorven, ging bij de deken te rade. "Die vrouw zal nog wel komen", zei de deken, "maar je mag haar niet wegjagen. Ze zal jou drie…
Een vrouwtje hoorde 's avonds wanneer ze met haar handwerk bezig was, vaak op de deur kloppen. Er kwam dan een doodshoofd binnen, die op de tafel ronddraaide.
Een boer die terugkwam van de markt, herkende plots de straten rondom zich niet meer. Pas na lange tijd vond de boer zijn huis weer. Hij was ‘van den alf verleid’.
De alvermannetjes woonden in kelders onder de stadswallen van Bree. Wanneer de alvermannetjes merkten dat ze door iemand bespied werden, dan bliezen ze die persoon een oog uit.
In een huis hoorde men op de zolder altijd geluiden alsof er kettingen over de grond werden gesleept. Sommige mensen werden daardoor zo bang dat ze wilden verhuizen.
Een meisje uit Kleine-Spouwen had een relatie met een jongen over wie men vertelde dat het een weerwolf was. De jongen moest om middernacht altijd weg. Toen de jongen terugkwam, had hij de vezels van een rode zakdoek tussen zijn tanden. Daardoor…
Bij T. hoorde men op een avond gerammel op de zolder. De volgende dag hoorde T. achter een schilderij een horloge tikken. De pastoor sprak tot T.: "Dat is niet erg. Dat is een goede ziel die een mis vraagt".
Een vrouw met de naam X, die in een klein huisje woonde, had op een dag haar bezem buiten laten liggen. Een man die daar voorbij moest, reed over de bezem, waardoor het voorwerp stuk was. Toen X boos werd, sprak de man tot haar: "Schele X!", waarop…