In Schulen woonde een jongen die altijd laat naar huis kwam. Omdat de ouders hem dat niet konden afleren, bedachten ze een plan. Een toverheks uit de buurt had zich helemaal in het wit gekleed en ging op de brug staan. Toen de jongen over de brug…
Als de kinderen niet braaf waren, dan zei men: "Pas maar op, want anders geven we je mee met X van Stokkem!" X was een slachter die met een hondenkar vol vlees door de dorpen reed. Er werd verteld dat X een jood was.
Vroeger drukte men de kinderen vaak op het hart dat ze op hun weg naar school geen omwegen mochten maken. Anders zouden de roggeventjes hen in het veld trekken.
De drossaard die op het Hobos woonde, was berucht om zijn strengheid. In de kelder van zijn huis sloot de drossaard vaak mensen op, om ze daarna te laten ophangen. Een moeder wiens zoon altijd ongehoorzaam was, ging naar de drossaard en zei:…
Een moeder sprak altijd tot haar kinderen: "Zorg maar dat jullie goed gewassen zijn, want in de haag zit een heks die alle kinderen pakt, die niet goed gewassen zijn!"
Vroeger maakte men de kinderen bang door te zeggen: "Zorg maar dat jullie vóór middernacht thuis zijn, want daarna hebben de toveressen macht over jullie!"
Als de kinderen niet braaf waren, dan zei men: "Pas op, want de verloren zoon zal komen!" De verloren zoon was iemand zoals Tarzan, die altijd kwaad moest doen.
Kludde met zijn keet was een boswachter uit Beersel, die 's nachts vaak met een ketting naar buiten trok. Als men de kinderen wilde doen gehoorzamen, dan zei men altijd: "Let op, want Kludde met zijn keet zal komen!"
Vroeger maakte men de kinderen bang met verhalen over heksen die op een bezemsteel door de lucht vlogen. Men vertelde ook dat bij de Orleanstoren op de Molenberg heksen in een hutje zaten.
Vroeger drukte men de kinderen op het hart dat ze vóór het donker thuis moesten zijn. Anders zouden ze allerlei gespuis tegenkomen, zoals de waterduivel.
Vroeger maakte men de kinderen uit Buizingen bang met verhalen over de ster met de staart. Die ster strafte de kinderen die overdag stout waren geweest en 's avonds geen berouw hadden.
Opdat de kinderen tijdig zouden gaan slapen en braaf zouden zijn, kregen ze van hun ouders verhaaltjes over de waterduivel te horen.
Een man uit Werken die goed kon vertellen, vertelde verhaaltjes over de Duitse schaper die zoals een heks op een…
Een pater die tijdens een zending zag dat drie jongens aan het babbelen waren, sprak: "Ik zou liever hebben dat die drie babbelaars naar buiten gaan". De jongens gingen naar buiten, waar ze aan enkele werktuigen begonnen te knoeien. Eén van de…
Vroeger vertelde men de kinderen over Kludde met zijn keet, die de kinderen pakte. Men vertelde hen ook over een andere kindervanger die in het graan zat.
Een moeder sprak vaak tot haar kinderen: "Jullie moeten braaf zijn, want anders zal de waterduivel jullie pakken!" De waterduivel was een duivels beest.