Een knecht die een toverboekje uit Maastricht bezat, vroeg de meid om zich om te draaien en gebukt te blijven staan. Toen de meid even later mocht kijken, zag ze dat het hele veld bemest was.
Een man uit Heusden kon toveren met de hulp van de duivel. Als de man het veld moest bemesten, bemestte hij een klein stukje en zei dan: "Zo allemaal". In een mum van tijd was het hele veld bemest.
In Reppel is er een berg die 'de auweleberg' wordt genoemd, omdat de alvermannetjes er gangen in hadden gegraven. De binnenkant van die gangen was helemaal geribbeld.
De alvermannetjes deden het werk van de mensen, bijvoorbeeld het bemesten van…
Op Steingroef woonden kaboutertjes. Wanneer men een muntstuk van twee en een halve cent op de steel van een mestvork legde, dan was de volgende dag het hele veld bemest.
Bij een Hollandse boer in Winterslag werkte een knecht die over bijzondere krachten beschikte omdat hij een toverboekje en een halsband bezat. Zo kon de knecht bijvoorbeeld in een mum van tijd honderd karren mest op het veld uitstrooien. Hij…
In de tijd van burgemeester G. woonde bij het kasteel een jongeman, Sterke-Dries, die afkomstig was van Wellen - het land van de bokkenrijders - , en die de vader was van Marie van Berke-de-Boer. Sterke-Dries kon toveren. Op een dag was…
Op een boerderij waar het veld moest bemest worden, haalde de Duitse schaper zijn boek boven. Hij ging op het veld zitten en duwde met de mestvork één hoopje mest uiteen. Daarna las hij in zijn boek en zei: "Elk de zijne en ik de mijne". Enkele…
Een zoontje van een arme houthakker verbaast iedereen door direct te praten bij zijn geboorte: de baby beweert heel stellig later met de koningsdochter te zullen trouwen. De koning reageert vol ongeloof op de bewering en vergeet de woorden van de…