Alvermannetjes waren kleine mensjes die 's nachts voor de mensen kwamen werken. Bij maneschijn kwamen de alvermannetjes bijvoorbeeld het veld bemesten. Overdag verbleven de dwergjes vaak in het bos.
Op een boerderij werkte een knecht die in feite een weerwolf was. Op een dag moest de knecht met paard en kar het veld bemesten. Toen het paard niet meer verder kon, spande de knecht het dier uit en trok de kar zelf.
Enkele jongens die het veld aan het bemesten waren, zagen een appel, een druif en een noot liggen op het veld waarnaast het huis van een heks stond. De jongens praatten wat over de toverijen van de heks en gingen daarna binnen in haar huis. "Ik zou…
Een heer die directeur was in Ougrée-Mariehaye ging de boeren in de Kempen leren hoe ze hun velden moesten bemesten. Een man die te veel mest op zijn akker had gestrooid, verbaasde zich erover dat er op zijn veld geen koren groeide. Omdat de…
De alvermannetjes uit Bree gingen 's avonds de mensen afluisteren. Wanneer ze hoorden dat de mensen de volgende dag het veld moesten bemesten of brood moesten bakken, deden zij 's nachts het werk. Op een nacht zat een nieuwsgierige man de…
Wanneer Dirk R. het veld moest bemesten, bemestte hij slechts een klein stukje en zei dan: "Nu alles uiteen." Het volgende ogenblik was het hele veld bemest.
Een boer wilde dat zijn knecht vóór de middag het veld zou bemesten, zodat de boer na de middag kon beginnen met ploegen. Na een half uur was de knecht echter al klaar met het bemesten van het veld. Toen de boer ging kijken, zag hij de knecht…
Op een boerderij op de Locht werkte een knecht die nooit veel deed, maar toch al het werk gedaan kreeg. Op een uur tijd slaagde de knecht erin het hele veld te bemesten. Toen de boer bij de pater te rade was geweest, had de geestelijke gesproken:…
Een knecht die op een boerderij in Houtkerke werkte, moest het veld bemesten. Op zeker ogenblik kwam de moeder van de boer op bezoek. Die vrouw woonde in Steenvoorde. De moeder sprak tot de knecht: "Daar staat toch een mooie stier in de weide!" Ze…
De alvermannetjes woonden in een watermolen naast de Maas. Wanneer een boer zijn veld moest bemesten, kwamen de alvermannetjes 's nachts het werk doen.
Een knecht die een toverboek bezat, moest een groot stuk veld bemesten. Toen men aan de jongen vroeg wanneer hij zou beginnen, antwoordde hij: “Oh, morgen is alles gedaan”. Een tijdje later vloog de hele mesthoop over het dak van het huis, omdat een…
Een Duitse schaper die bij een boer in Reningelst in dienst was, haalde allerlei vreemde streken uit.
a) Enkele mensen waren op het veld aan het werk toen het plots begon te regenen. Omdat de paarden weg waren, zeiden de mensen: "We zullen…
Een jongeman werkte als knecht bij boer Kessels in Weert. De vader van de boer had een kabouter in dienst genomen. Op zekere dag vroeg de kabouter aan de boer: "Als ik het veld bemest heb, mag ik dan naar de kermis gaan?" De boer ging akkoord, maar…
In Meeuwen moest een knecht het veld gaan bemesten. De boer zei: "Maak maar voort, zodat ik kan beginnen met ploegen!", waarop de knecht antwoordde: "Ik heb tijd genoeg; zorg maar dat de ploeg klaar is!" De knecht bemestte een klein stukje van het…
Een knecht die het veld moest bemesten, stak zijn mestvork in één hoopje mest. Nadat de knecht een klein stukje van het veld had bemest, zei hij: "En nu allemaal". Met behulp van een toverboekje kon de knecht op die manier in een mum van tijd het…
In de Bolder in Opitter is er een plaats die 'den auwelekalder' wordt genoemd. De alvermannetjes bemestten er 's nachts het land en rooiden de aardappelen voor de boeren.
Een jongen die zijn studies voor pastoor had opgegeven, moest zijn vader helpen met het laden van mest. "Hoe zeg je dat in het Latijn?", vroeg de vader, waarop de jongen antwoordde: "Riekatus, mestatus op karratus". De jongen wilde naar de kermis…
Een boer die zijn veld moest bemesten, werd geholpen door een Duitse Schaper die de klus in een mum van tijd wist te klaren. Wanneer zo'n boer omkeek, bleef een deel van het veld echter onbemest.
Op een boerderij moesten de knechten het veld bemesten. Eén van de knechten zocht altijd naar vogelnesten in plaats van zijn werk te doen. Vreemd genoeg werd het werk van die knecht toch altijd vanzelf gedaan.
In Bree woonden vroeger alvermannetjes in kelders. Op de stadswal langs de weg naar Gerdingen had een man ooit met zijn eigen ogen zo'n kelder gezien. 's Nachts deden de alvermannetjes het werk van de boeren. Nadat ze bijvoorbeeld het veld hadden…
Een boer uit Wezemaal had een knecht die werd verdacht van hekserij. Wanneer de boer het veld had bemest, werd het werk op mysterieuze wijze ongedaan gemaakt en lag er opnieuw een mesthoop.
Een man die het veld aan het bemesten was, sloeg met zijn mestvork naar een ekster die op het veld zat. De ekster bleek een vrouw uit de buurt te zijn.