Enkele jongens gingen 's avonds voor de grap uitgeholde bieten met kaarsen op de graven van het kerkhof zetten. Toen de pastoor dat te weten kwam, werd hij heel boos. Hij zei dat men dat niet mocht doen, want dat de doden anders wakker zouden…
Op de Hamsche Hoek had iemand een uitgeholde raap gezet om voorbijgangers bang te maken. Omdat de grapjassen geen kaars hadden, gingen ze er één halen uit de kapel van Sint-Rochus bij de Steenweg op Merchtem. De raap werd met de kaars op een stok…
Om de mensen bang te maken, zetten de kinderen kaarsen in uitgeholde rapen waarin ze twee ogen en een mond hadden gesneden. De mensen die zo'n doodkaars in een boom zagen staan, geloofden dat ze een spook hadden gezien.
Een stalkaars was een uitgeholde biet met een kaars erin, die men op een stok had gezet. De mensen die zoiets zagen, geloofden dat het lichtje met toverij te maken had.
Vroeger gingen de meisje 's avonds naar de naailes. Om die meisjes bang te maken, hingen grapjassen vaak uitgeholde bieten in de bomen, die ze aan een touw heen en weer bewogen. De lichtjes die men soms langs de weg zag, waren meestal kattenogen. …
Een man plaatste vroeger een brandend kaarsje in een uitgeholde biet op een bekende spookplaats. De man verplaatste de biet soms, zodat de mensen wegliepen van angst.
Een man speelde voor spook door een zwart laken over zich heen te hangen. De mensen die terugkwamen van hun werk, liepen dan bang naar huis. Op een dag dreigde een man het spook af te ranselen met een stok. Daardoor werd de farçeur…
Naar aanleiding van de gedurige aanbidding van elf november werd in de kerk acht dagen lof gehouden. De kinderen zetten dan uitgeholde bieten met kaarsen in de sparren rond de kerk. Soms liep een kind zelf bang weg bij het zien van een biet die hij…