Een paar boeren vierden eens het heilig avondmaal in de herberg. Op de terugweg hebben ze toen iets gezien waarvan ze zo bang werden dat ze door de sloten zijn gevlucht.
Een groep boeren vierden in de kroeg eens het heilig avondmaal. Op de terugweg werd een van hun gepakt door de duivel. Hij werd over het land en door sloten geworpen. De volgende dag was zijn gezich gewond.
Een groepje mannen deed in de kroeg eens het heilig avondmaal na. Na een tijdje werden ze door elkaar geschud en opgetild. Ze werden door elkaar gesmeten en de deuren gingen vanzelf open.
Een paar vrouwen hadden de hele avond rare praatjes gehad. Toen ze naar huis gingen, werden ze achtervolgd door een plaagbeest, die de hele tijd tegen ze aan liep.
Een man kwam eens uit de kroeg waar hij had zitten vloeken. Ook had hij gezegd dat hij de duivel wel eens wilde ontmoeten. Toen hij bijna thuis was, werd hij opeens opgetild en op een boomstam gegooid.
Een man kwam eens dronken uit de kroeg, en hij had net beweerd voor de duivel niet bang te zijn. Toen hij bijna thuis was, werd hij opeens met fiets en al neergesmeten. Het leek net alsof zijn fiets in de brand stond.
Een man was aan de drank en vloekte erg veel. Op een keer kwam hij weer uit de kroeg, toen hij de duivel tegen kwam. Ze vochten samen, en de man kwam helemaal bont en blauw weer thuis.
Een man was eens aan het vloeken en opscheppen en hij beweerde dat hij de duivel wel eens zou willen ontmoeten. Op de terugweg zag hij toen langs de dijk een zwart ding met een paar gloeiende ogen. Hij gooide er stenen naar, en het ding maakte een…
Een vent dronk veel en zei van alles. Op een keer werd hij achtervolgd door een wit konijntje. Hij meende dat dat de duivel was. Sindsdien dronk hij niet meer.
Twee grote zondaren kwamen eens bij Petrus aan de hemelpoort. De een werd zo naar binnen gelaten. De ander stroopte zijn broek naar beneden en toonde Petrus zijn blote kont. Petrus liet hem naar binnen gaan. Hij had immers al zo veel meegemaakt, met…
Sytse Jager is en Smoarhoeke en gaat even achter de dijk zijn behoefte doen. Het is een woesteling en de duivel gooit hem achter de dijk heel hard neer. Wierd heeft hem op een kar thuisgebracht en bij thuiskomst zien de de duivel als wit gedaante bij…
Wibe Alma uit Jachtveld komt uit de kroeg en ziet bij zijn huis een vrouw bij de deur zitten. Hij denkt dat het Griet is, maar het is de kwade en de deuren worden vanzelf voor hem geopend.
Een aantal jongelui komt van het hardrijden bij Stiensgea vandaan en een van hen is een spotter en zegt dat hij voor de duivel niet bang is en daagt hem uit te komen. Ze gaan van Blaufallaet naa Surhuzum waarlangs het pad een vaart loopt en de…
Als Sibe van der Veen dronken uit de kroeg komt, wordt hij opeens opgetild. Ook heeft hij altijd een plaagbeest in de vorm van de een zwarte hond op de hielen zitten. Volgens moeder is dat de duivel.
Vader is grootknecht bij een boer in Sumar, die ook een kleinknecht heeft. De kleinknecht is vaak dronken en heeft maling aan de duivel wat hij hardop zegt. Nadat hij met een ander is wezen drinken gaat ieder bij Albert Bosma zijn eigen kant uit. De…
Vrouw van der Maar is getrouwd met een man, die altijd stomdronken thuiskomt en haar slaat. Ondanks aandringen de man te verlaten, blijft ze bij hem. Als de duivel de man hard aanpakt, verlaat ze uit angst en ellende het huis en gaat in een woonark…
Een man uit Harkema heeft maling aan God, vloekt en is soms dronken. Als hij op de terugweg van Oostmeer op het paadje over de Fûgelkamp loopt, loopt iemand aan de andere kant van de sloot gelijk met hem op tot aan het huis en blijft voor de deur…
Eatse Kooistra en Sytse van der Ley komen uit de kroeg en fietsen naar huis. Onderweg is Eatse aan het opscheppen en hij wordt tot drie keer toe van de fiets geplukt en in de gracht gegooid. Sytse heeft echter niets in de gaten.