Een Marokkaan redt een kabouter van de verdrinkingsdood en mag een wens doen. Hij wenst een brug naar Gibraltar. De kabouter vraagt of hij niets makkelijkers weet. Dan wenst de man een vrouw die niet zeurt. Zegt de kabouter: "Moet er ook verlichting…
De vertelster werd wakker uit haar slaap doordat het leek alsof iemand haar vastpakte, ze kon geen lucht meer krijgen. Het zou een klein mannetje met een hoed geweest zijn. Als je zijn hoed kunt pakken mag je een wens doen. Het lukt bijna niemand.
Een Nederlander, een Belg en een Marokkaan zitten in een hotel en sluiten een weddenschap af over wie een gesloten enge kamer binnen durft te gaan. De Nederlander opent als eerste de deur en hoort: "Wacht maar, ik krijg je wel te pakken." Hij durft…
Een boerin maakte de koning wijs dat haar dochter altijd spinnen wilde. De koning nam haar mee en zette haar in een kamer vol met vlas. Maar in de nacht spinde een kabouter al het vlas voor de luie dochter. De koning trouwde met haar.
Een Nederlander, een Belg en een Turk slapen beurtelings in de kelder van een hotel. De Belg en de Turk zijn bang voor een stem die dreigt hen op te eten. De Nederlander is niet bang en komt erachter dat het een kabouter is, die in zijn neus peutert.
Vertelster heeft contact met fairies; ze heeft een altaartje voor hen en geeft ze voedsel. Tijdens een internationale heksenbijeenkomst is ook contact gemaakt met de fairies.
Terwijl meisje hardop leest uit het toverboek van haar moeder komen o.a. soldaatjes, kabouters, eenden uit de haardkuil. Die verdwijnen weer in de haardkuil als de moeder hetzelfde stuk achteruit leest.