In Assen doet er iemand mee aan een schaatswedstrijd. De omroeper roept op een zeker moment om en vraagt de man of hij het licht wil uit doen, als hij klaar is met zijn tien kilometer.
Twee vissers zien een motorrijder in het kanaal rijden, die niet meer boven water komt. Eén van de mannen duikt er in, en begint met mond-op-mond beademing. De man zegt dat de man uit zijn mond stinkt. De ander zegt daarop dat hij kan stoppen. De…
Een schaatser die altijd iedereen verslaat bij het schaatsen voelt plotseling dat er iemand vlak achter hem rijdt. De achterligger passeert hem al gauw en de schaatser geeft het op. De schaatser blijkt door de duivel ingehaald te zijn.
Mensen horen een stem uit het water 'De tijd is verschenen, de man is er niet' zeggen. Het is een voorbode: kort daarop rijdt een schaatser in een wak en verdrinkt.
Een duivelbanner raadt een man die een drankje voor een ziek paard is komen halen aan niet dezelfde weg - al schaatsend - terug te nemen, omdat het medicijn dan wel eens verloren zou kunnen gaan. De man slaat de waarschuwingen in de wind en gaat toch…
Een man schaatst zo hard dat achter hem al het ijs uiteenspat. De man wint alle schaatswedstrijden omdat zijn achterliggers niet over water kunnen rijden.
Op het ijs horen mensen een stem 'De tijd is verschenen, de man is er niet' zeggen. Het is een voorbode van een naderende verdrinkingsdood: kort daarop rijdt een schaatser in een wak en verdrinkt.
Omdat een boer twee zieke paarden heeft, stuurt hij zijn arbeider naar Wopke de duivelbanner. De boer geeft zijn knecht hooi mee van de twee zieke paarden, maar ook wat hooi van een gezond paard. Wopke laat zich niet voor de gek houden en ziet al…
Mensen horen een stem uit het water 'De tijd is verschenen, de man is er niet' zeggen. Het is een voorbode van een verdrinkingsdood: kort daarop rijdt een schaatser in een wak.
Een schaatser merkt ineens dat hij achtervolgd wordt en probeert diegene die hem vergezelt voor te blijven. Even later blijkt dat het de duivel is: de duivel belandt uiteindelijk in een wak.
Een man komt terug van schaatsen en ziet plotseling een vreemd, zwevend licht. Het licht zweeft naar een kerkhof en verdwijnt in een graf. Het is een wilde lantaarn.
Op de heenweg naar Groningen schaatst een Fries met zijn hoofd tegen een brug die daardoor begint te draaien. Als hij terugkomt staan mensen naar de nog steeds draaiende brug te kijken.
De Groninger hardrijder Wessel Entjes kon nog harder schaatsen dan de Friezen. Om hem ten val te brengen, strooiden de Friezen spelden op de baan, maar Wessel schaatste ze dwars doormidden en won de wedstrijd toch.
Jan Hepkes Wouda (1862-1939) uit het Friese Surhuisterveen zat altijd vol sterke verhalen. Hij vertelde ze op de leugenbank, maar ook als hij met handel onderweg was. In 1987 werd er een beeld van hem onthuld met het opschrift (in het Fries): Koopman…
In het boek over Hans Brinker van Mary Mapes Dodge dicht een anonieme achtjarige sluiswachterszoon de dijk in Haarlem. Hans Brinker is dus niet de jongen met de vinger in de dijk. In de roman zat Hans Brinker zelf in Broek en Waterland, bij zijn…
Een Canadese man spreekt over het verhaal van 'Hansje Brinker', die zijn vinger in de dijk stak. Hij had het verhaal nooit in Nederland gehoord, maar vernam dit voor het eerst in Canada.
Hans beweerde dat hij in één dag van Keulen naar den Haag was geschaatst. Zijn knecht zei daarop, dat het waar was, maar het was de langste dag van het jaar.