Een man vraagt aan Sterke Hearke die aan het ploegen is, waar een bepaalde boer woont. Hearke tilt met één hand de ploeg op en wijst ermee naar de plaats waar de boer woont.
Japik Broersma was een sterke man die door politieagent werd meegenomen om, op verzoek van de kastelein, een eind te maken aan ruzie in de herberg. Japik pakte met elk van zijn grote handen een ruziemaker en gooide ze naar buiten.
Sterke man is aan het ploegen als mannen die hem niet kennen, vragen waar hij woont. Hij tilt de ploeg op en zegt, wijzend in de richting, dat hij daar woont en hier staat. De mannen zijn zo bang dat ze weggaan.
Twee Indianen worden uitgenodigd voor een diner bij blanken. De ene raadt de ander aan te eten waarvan de mensen weinig nemen, want dat zal wel het lekkerste en duurste zijn. Die ziet iemand met een lepeltje iets uit een potje halen, en neemt zelf…
Hearke is met een stier onderweg naar de boot op Tille en houdt deze aan het touw vast. De stier ontsnapt echter en vader zegt dat Hearke dit met opzet heeft gedaan. Hearke zegt dat het hoorntouw niet goed is en ze verruilen het voor een ketting. De…
Sterke Hearke loopt met een koe aan touw, met zijn handen op zijn rug. Opeens is de koe verdwenen. Niet hij heeft de koe losgelaten, maar de koe heeft hem losgelaten want hij heeft het touw nog in zijn hand.
De grootvader van de verteller woont in Houtigehage, maar werkt bij een boer in Greategast. Als de boer een hokkeling verliest, wil grootvader het beest graag hebben voor het vlees. Op een raam op een kruiwagen rijdt hij het beest naar huis. Als hij…
De grootvader van de verteller is een sterke man. Hij gaat eens bij zijn halfzuster, ook een sterke vrouw die mannenwerk doet, aardappels halen. Op haar vraag hoeveel hij er kan dragen, antwoordt hij: drieeneenhalf kuorfol (35 kilo), 122,50 kilo. Als…
Halbe Scheper is een boer die vreselijk sterk is. Hij pakt een hokkeling die uit zijn land is uitgebroken bij de staart zodat het beest niet meer vooruitkan.
Slimme boerendochter voldoet aan eisen van koning dat vrouwen die met hem willen trouwen naar het paleis moeten komen, niet gekleed en niet ongekleed, niet op de grond en niet boven de grond. Zij is in een net gewikkeld, zittend op een witte geit en…