Een man werd in de buurt van de Spekbrug besprongen door de weerwolf. De man moest de weerwolf dragen tot aan een kruispunt. Daarna lachte de weerwolf hem uit. Het beest had een zwarte kleur en was bijzonder zwaar.
Wanneer M. uit Vorst ging leuren, kwam hij op de Wetsberg altijd voorbij het huis van een heks. Toen de man op een dag de mestvork van de heks meenam, vloog er plots een kat op zijn schouders.
Een man die 's avonds terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin in Dworp, werd onderweg opgeschrikt door Kludde. Dat was een losgebroken hond met een ketting. Toen de man op zijn knieën ging zitten van angst, sprong de hond op hem.
Toen Kobe terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, zag hij een troep dansende katten, die zeiden: "wat staan ons Kobe toch net", waarop de man antwoordde: "precies of da ge'r ne stront in het". Het volgende ogenblik werd Kobe besprongen door de…
Een man die 's middags naar de Meisberg moest om de imkers eten te brengen, moest onderweg altijd de weerwolf dragen. "Hij zit weer op mij, hij zit weer op mij!", riep de man dan. "Hou hem maar vast, ik kom eraan", antwoordde een andere. De…
Betske, de knecht van Stien, werd bij de draaiboom in Wasseven besprongen door een hond. Betske haalde zijn mes boven en gaf de weerwolf een steek. Omdat de weerwolf bloedde, nam hij zijn menselijke gedaante aan en kon Betske hem herkennen.
Op het Beverhoutsveld liep een boerenzoon of een boerenknecht rond in de gedaante van een weerwolf. Die weerwolf maakte de mensen bang en sprong met zijn voorpoten tegen de deuren.
Kludde was een farceur die 's nachts rondliep met een ketting en met een laken over zijn hoofd. Kludde sprong een voorbijganger op de rug, door wie hij zich vele meters liet dragen. Het slachtoffer zweette dan verschrikkelijk. Het waren altijd…
Een man die nergens bang voor was, ging op een dag naar een herberg. Op een smal weggetje werd de man besprongen door klerre met zijn keet, die zich liet dragen.
Vroeger werden de mensen vaak besprongen door de weerwolf, die zich liet dragen. Stina gaf de mensen altijd de raad om een rode zakdoek mee te nemen. De weerwolf zou hen dan immers geen kwaad kunnen doen.
Op een aardeweg in Hoelbeek werden de mensen vaak besprongen door de weerwolf. Die weerwolf liet zich dragen tot bij het kruis aan het einde van de weg. Als de mensen een kruisteken maakten, waren ze ook van de weerwolf verlost.
Een vrouw uit Nieuwenrode heeft Klerre met zijn keet een keer moeten dragen.
Een man die besprongen werd door een farçeur met een laken, gaf de grapjas een flinke afranseling.