Een man wordt 's nachts plotseling opgeschrikt door een plaagbeest. Het dier lijkt op een dikke zwarte hond. Hij heeft de grootste moeite het dier van zich af te schudden.
Een knecht op een schip wordt 's nachts bij lichtmaan plotseling opgeschrikt door een plaagbeest lijkend op een grote hond. Het dier is moeilijk te verjagen, maar gaat dan plotseling uit zichzelf weg.
Een plaagbeest zou lijken op een grote hond. Het dier heeft grote, gloeiende ogen en grote oren en snuift altijd. Een plaagbeest doet niemand kwaad, maar is moeilijk te verjagen.
Een jongen wordt laat op de avond opgeschrikt door een zwarte hond ter grootte van een kalf. Hij heeft de grootste moeite het dier van zich af te schudden. Het is een plaagbeest.
Twee jagers worden opgeschrikt door een klein zwart hondje. Één van de mannen wordt door het beestje met kracht op de grond gedrukt. Het is een plaagbeest.
Een vrouw wordt op haar tochten altijd begeleid door een plaagbeest in de gedaante van een grote zwarte hond met flaporen die hem over de kop hangen. De vrouw heeft grote moeite het dier van zich af te schudden.